RvdW 2025/1067:Beklag ex art. 5 lid 4 onder 10 jo. art. 552a Sv na beslag ex art. 94 op auto onder klager n.a.v. Europees onderzoeksbevel dan wel Europees bevriezingsbevel van Duitse autoriteiten t.z.v. verdenking van grensoverschrijdende voertuigcriminaliteit, waarna beslag is omgezet in conservatoir beslag. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 445 en art. 5.5.18 Sv. Rb heeft vastgesteld dat auto aanvankelijk o.g.v. art. 94 Sv in beslag is genomen en dat dat beslag zijn aanleiding vond in EOB en dat daarna beslag is omgezet naar conservatoir beslag dat zijn aanleiding vond in EBB. In het op dit bevriezingsbevel toepasselijke art. 5.5.18 Sv zijn enkele bepalingen uit Titel IX ‘Beklag’ van Vierde Boek van WvSv van overeenkomstige toepassing verklaard. Daaronder is echter niet begrepen art. 552d lid 2 Sv. O.g.v. art. 445 Sv staat tegen beschikkingen cassatieberoep alleen open in gevallen in dat wetboek bepaalt. Dat wetboek bevat geen bepaling op grond waarvan cassatieberoep openstaat tegen beschikking als deze. Zo’n bepaling is ook in andere wet niet te vinden. Daarom kan HR cassatieberoep van klager niet in behandeling nemen. Klager n-o.