Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.4.3.2.1
7.4.3.2.1 Gebruiksrecht op een onroerend goed
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291148:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 12 juni 2003, zaak C-275/01, V-N 2003/34.15, r.o. 27-29 (Sinclair Collins).
HvJ EG 15 december 1993, zaak C-63/92, BNB 1999/193, m.nt. Simons, r.o. 10 (Lubbock Fine).
HvJ EG 9 oktober 2001, zaak C-108/99, V-N 2001/58.20, r.o. 21 (Cantor Fitzgerald International).
HvJ EG 15 december 1993, zaak C-63/92, BNB 1999/193, m.nt. Simons (Lubbock Fine).
B.G. van Zadelhoff, ‘Verhuur van onroerend goed en BTW’, WFR 2002/333.
Vgl. HvJ EG 8 februari 1990, zaak C-320/88, BNB 1990/271, m.nt. Reugebrink (Safe).
HR 7 februari 2001, nr. 36.103, BNB 2001/159, m.nt. Van Hilten.
In soortgelijke zin: Van Hilten, noot bij HR 7 februari 2001, nr. 36.103, BNB 2001/159 en B.G. van Zadelhoff, ‘Verhuur van onroerend goed en BTW’, WFR 2002/333.
Hof ’s Hertogenbosch 16 oktober 2003, nr. 99/2463, V-N 2004/11.19.
Het eerste element van de definitie van het uniebegrip ‘verhuur’ is dat aan de houder een gebruiksrecht op een bepaald1 (gedeelte van een) onroerend goed wordt verleend. Hierin ligt besloten dat een terbeschikkingstelling van een bepaald (gedeelte van een) onroerend goed plaatsvindt.2 Normaliter vindt deze terbeschikkingstelling door de eigenaar van het (gedeelte van het) onroerend goed plaats, maar noodzakelijk is dit niet. Ook onderverhuur3 en een verandering in de huurovereenkomst, zoals de beëindiging van de huur door de huurder op grond van een overeenkomst met de verhuurder (agreement to surrender),4 valt onder de definitie van het uniebegrip ‘verhuur’. Dit veronderstelt dat ook de huurder als (onder)verhuurder kan optreden.5 Daarnaast kan ook een beperkt gerechtigde, zoals een erfpachter (zie paragraaf 4.2.6.4.3.2.1), opstaller (zie paragraaf 4.2.6.4.3.2.2) of vruchtgebruiker (zie paragraaf 4.2.6.4.3.2.3), of een economisch eigenaar (zie paragraaf 4.2.3.3) een gebruiksrecht op een bepaald (gedeelte van een) onroerend goed verlenen.
Voor de vraag of op grond van art. 135 lid 1, onderdeel l Btw-richtlijn sprake is van verhuur, is dus niet beslissend of degene die het (gedeelte van een) onroerend goed ter beschikking stelt naar nationaal (civiel) recht al dan niet kwalificeert als de eigenaar.6 Het gaat erom dat er door een daartoe gerechtigde een gebruiksrecht op een bepaald (gedeelte van een) onroerend goed wordt verleend (of door beëindiging wordt terugontvangen). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het liggeld (de precariobelasting) dat een bewoner van een woonboot aan de gemeente moet betalen voor het gebruik van gemeentelijk water geen vergoeding voor een verhuurdienst is, ‘reeds omdat geen sprake is van een ter beschikking stellen door de gemeente’.7 Het is naar mijn mening de vraag of dit oordeel richtlijnconform is. Het is waar dat de gemeente juridisch gezien het liggeld niet ontvangt voor de overeengekomen terbeschikkingstelling van de ligplaats aan de bewoner van de ligplaats. De gemeente gedoogt dat de bewoner van de woonboot het gemeentelijke water gebruikt als ligplaats voor zijn woonboot. Niettemin is de economische realiteit dat de bewoner van de woonboot het liggeld aan de gemeente betaalt voor het mogen gebruiken van het gemeentelijke water als ligplaats voor zijn woonboot.8 Toch acht ik de uitkomst in deze zaak niet in strijd met het unierecht, omdat naar mijn mening in ieder geval geen sprake was van een exclusief gebruiksrecht op een ligplaats (zie paragraaf 7.4.3.2.2). Het liggeld werd namelijk geheven voor het innemen van een ligplaats in gemeentelijk water zonder dat de bewoner van de woonboot enige aanspraak op die plaats kon maken jegens de gemeente en derden. Ook het sec feitelijk in gebruik geven – zonder overdracht van de economische eigendom – van een weg door een gemeente aan een C.V. ten behoeve van reconstructiewerkzaamheden geeft, zoals Hof ’s Hertogenbosch naar mijn mening terecht heeft geoordeeld, de C.V. geen zodanige bevoegdheid dat zij deze weg na reconstructie kan verhuren aan de gemeente. De C.V. heeft van de gemeente in dat geval immers niet het recht verkregen om deze weg te gebruiken als ware zij de eigenaar ervan en ieder ander van dat genot uit te sluiten.9
7.4.3.2.1.1 Aanmoedigingspremie prestigehuurder7.4.3.2.1.2 Beëindiging, wijziging en overname lopende huurovereenkomst7.4.3.2.1.3 Ontbinding nog niet lopende huurovereenkomst