Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/5.1.1
5.1.1 Recht van verzet, hoger beroep en cassatie
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686134:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Wessels I 2018, p. 263-264.
De Hoge Raad heeft in HR 9 december 1983, NJ 1984/384 uitgemaakt dat tegen de faillietverklaring het rechtsmiddel van rekest civiel, thans het rechtsmiddel van herroeping, niet kan worden ingesteld. Heemskerk schrijft in zijn annotatie (NJ 1984/384): “Dit tendeert naar aanvaarding van Molengraaff’s opvatting, dat de Fw een gesloten systeem van rechtsmiddelen bevat”. In HR 20 april 2007, NJ 2007/243 en HR 14 december 2007, NJ 2008/6 spreekt de Hoge Raad dit ook expliciet uit (“het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in de Faillissementswet”). Zie voorts HR 1 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ8179 en Hof Den Bosch 6 september 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:3695 en 29 juli 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2386. Overigens is – ook in het geval van de faillissementsprocedure – doorbreking van het rechtsmiddelenverbod op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad soms mogelijk. Vgl. o.a. HR 8 december 2017, JOR 2018/102.
Zie nader de procedure in de artikelen 8 tot en met 12 Fw.
Ook de curator kan onder omstandigheden pro sé verzet aantekenen. Zie nader hierover HR 18 december 2015, NJ 2016/172 (Hoeksma q.q./RM Trade) en HR 22 december 2017, NJ 2018/154(Boersen/Stichting Bpf voor het Levensmiddelenbedrijf).
Uit de artikelen 8-12 Fw volgt dat relatief korte termijnen gelden om een rechtsmiddel aan te wenden. De Hoge Raad heeft in HR 9 december 1983, NJ 1984/384 in dit verband onder rechtsoverweging 3 opgemerkt: “Deze regeling is in verband met de rechtszekerheid en de behoeften van het rechtsverkeer gericht op een snelle berechting en beslissing met betrekking tot de faillietverklaring, die ook voor anderen dan pp. verstrekkende gevolgen heeft, en stelt daartoe voor de wel in de wet geregelde rechtsmiddelen korte termijnen, die ingaan op de dag na de uitspraak waartegen het rechtsmiddel zich richt.”
Vgl artikel 13 lid 2 Fw In de MvT bij artikel 13 Fw (Van der Feltz I 1994, p. 320) wordt opgemerkt: “de curator zal niet beschikken over den boedel (behoudens de rationeele uitzonderingen in ieders belang van de artikelen 98 en 101); veeleer er zich toe bepalen hem te bewaren. Alle handelingen … strekken om den boedel pendente lite in zijn geheel te houden”. Zie ook Rb. Zutphen 30 oktober 2007, ECLI:NL:RBZUT:2007:BC0974.
Tenzij uiteraard een nieuw rechtsmiddel wordt aangewend. Dan dient eerst de betreffende procedure te worden doorlopen. Zo kan, indien het verzet ongegrond wordt verklaard, de schuldenaar ex artikel 8 lid 3 Fw in hoger beroep komen. Zie voorts artikel 11 Fw. Ook tegen het arrest van het Hof kan worden opgekomen door cassatie in te stellen (zie nader artikel 12 Fw). Recht van verzet is volgens de Hoge Raad (HR 29 oktober 1982, NJ 1983/196) ook mogelijk in geval het faillissement is uitgesproken door het Hof.
Zie de nuancering die artikel 13 lid 1 en artikel 13a Fw aanbrengt voor handelingen door de curator verricht (waaronder de opzegging van een arbeidsovereenkomst door de curator).
De faillissementswet kent een gesloten stelsel van rechtsmiddelen.1 Een rechtsmiddel kan slechts worden ingesteld indien deze mogelijkheid in de Faillissementswet wordt geopend.2 Vernietiging van het faillissementsvonnis kan daarom uitsluitend plaatsvinden, indien met succes het rechtsmiddel van verzet, hoger beroep of cassatie wordt aangewend.3 Na verzet4, hoger beroep of cassatie moet de rechter spoedig5 (opnieuw) beoordelen of de toestand dat de schuldenaar heeft opgehouden te betalen zich voordoet.6 Indien die toestand zich voordoet, wordt het rechtsmiddel ongegrond bevonden, waarna de curator (die zijn werkzaamheden tijdens de duur van de behandeling zoveel mogelijk heeft beperkt7) ex artikel 68 Fw tot beheer en vereffening van de failliet boedel overgaat.8 Indien de betreffende toestand door de rechter niet wordt vastgesteld, zal het rechtsmiddel gegrond worden verklaard. In dat geval wordt het faillissement geacht nimmer te zijn uitgesproken9 en verkrijgt de schuldenaar weer de beschikking over zijn vermogen.