Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.6.2.3
6.6.2.3 Nietigheid van de “gewone” portefeuilleoverdracht
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949805:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Boshuizen in Boshuizen 2001, p. 266-267; Boshuizen en Jager 2010, p. 254 en Boshuizen, Jager en Van Asch, in: Toezicht financiële markten, art. 3:115 Wft, aant. 6.2.
Zie ook Borgesius, Het Verzekerings-Archief 1981, p. 306-307 in een artikel over de ontwerp-Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf en daar dus ten aanzien van een portefeuilleoverdracht van schadeverzekeringen en de bestuursrechtelijke procedure die in die wet (pre-Awb dus) was opgenomen: “Wat is nu rechtens, indien het CBB een goedkeuringsbeslissing van de Verzekeringskamer vernietigt? Wordt dan de overdracht van de afzonderlijke polissen ongedaan gemaakt, ook ten aanzien van die verzekeringnemers die niet van hun opzeggingsrecht ex artikel 51, lid 4 van het ontwerp gebruik gemaakt hadden? Zulks lijkt inderdaad te volgen uit artikel 49, dat de toestemming van de Verzekeringskamer noemt als een conditio sine qua non voor de overdracht zonder uitdrukkelijke instemming van de verzekeringnemers.” Overigens denk ik dat de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam van 26 februari 2021 en van het CBb van 14 december 2021 Borgesius niet zullen hebben verrast, aangezien hij in 1981 ook al schreef: “(..) kan tegen de beslissing van de Verzekeringskamer houdende weigering, maar ook houdende goedkeuring van de overdracht, beroep worden ingesteld bij het CBB door ‘belanghebbenden’, onder wie zijn te begrijpen: verzekeraars, verzekeringnemers, verzekerden en belanghebbende derden.”
Deze bepaling luidt: “Strijd met een dwingende wetsbepaling leidt tot nietigheid van de rechtshandeling, doch, indien de bepaling strekt ter bescherming van één der partijen bij een meerzijdige rechtshandeling, slechts tot vernietigbaarheid, een en ander voor zover niet uit de strekking van de bepaling anders voortvloeit.”
De CBb-uitspraak van 14 december 2021 heeft echter juist wél gevolgen voor portefeuilleoverdrachten van de ene levensverzekeraar aan een andere levensverzekeraar, zonder dat sprake is van een juridische fusie. Bij portefeuilleoverdrachten wordt aangenomen dat de instemming van DNB in de plaats treedt van de medewerking van polishouders aan het overdragen van de rechten en verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomsten. In rechtsoverweging 6.4.4. wordt daar door het CBb ook aan gerefereerd: “In dit stelsel draagt de instemming van (thans) DNB dus mede het karakter van vervangende instemming met de fusie namens de polishouders (…)”. Boshuizen en Jager namen (in 2010) in het boek Verzekerd van toezicht daarom aan dat er in het geval van ontbreken van instemming van DNB sprake is van een nietige portefeuilleoverdracht. Als er geen toestemming is van DNB voor een portefeuilleoverdracht, dan zijn de rechten en verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomsten niet op geldige wijze overgedragen aan de verkrijgende verzekeraar. Een dergelijke redenering is in juridische literatuur1 opgenomen voor het geval dat een portefeuilleoverdracht plaatsvindt zonder dat toestemming van DNB is verkregen. Het komt mij voor dat hetzelfde geldt als die toestemming van DNB in een bestuursrechtelijke procedure met terugwerkende kracht herroepen wordt.2 Naar mijn mening is dat het geval door de toepassing van art. 3:40 lid 2 BW.3 Er is dan immers gehandeld in strijd met het in art. 6:159 BW bepaalde. In het geval dat de toestemming wordt herroepen, dan was voor de portefeuilleoverdracht de medewerking van de polishouders noodzakelijk geweest. Die medewerking is niet gevraagd. De portefeuilleoverdracht is daardoor nietig. Kortom, de uitspraak van het CBb van 14 december 2021 betekent dat polishouders bestuursrechtelijk kunnen opkomen tegen het instemmingsbesluit van DNB. Bij een portefeuilleoverdracht leidt aantasting van het instemmingsbesluit tot nietigheid van de portefeuilleoverdracht.