Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/7.3.2:7.3.2 Pleidooi voor wettelijke verankering
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/7.3.2
7.3.2 Pleidooi voor wettelijke verankering
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS399943:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hiervoor voorgestelde ruimte om door middel van een clausulering van de vervreemdings- en verwerkingsbevoegdheid een rangwisseling te forceren door middel van rechterlijk ingrijpen is niet het ei van Columbus, dat alle hier gesignaleerde problemen oplost. In de eerste plaats veronderstelt deze ontwikkeling dat leveranciers op grote schaal de vervreemdings- en verwerkingsbevoegdheid afhankelijk maken van de verkrijging van een eersterangs pandrecht, waardoor deze praktijk bestendig wordt en kredietverschaffende banken daarmee rekening moeten houden. Bovendien is niet op voorhand te zeggen dat deze patstelling inderdaad tot rechterlijk ingrijpen leidt, in die zin dat een zorgvuldigheidsnorm met een dergelijke strekking wordt geformuleerd. Ook kan het formuleren van een dergelijke zorgvuldigheidsnorm leiden tot rechtsonzekerheid, in het bijzonder wanneer de reikwijdte van deze norm niet aanstonds volledig duidelijk is.1
Het zou dan ook de voorkeur verdienen door middel van wettelijk ingrijpen een effectieve verlenging van het eigendomsvoorbehoud mogelijk te maken. Ter onderbouwing daarvan wordt hierna ingegaan op de gebrekkige rechtvaardiging voor de huidige voorrang van de bank, de grondslag voor het toekennen van voorrang aan de verkoper en de wijze waarop dit resultaat zou moeten worden bereikt.
7.3.2.1 Grondslag voor het Prioriteitsbeginsel en de werking van artikel 3:97 lid 2 BW7.3.2.2 Grondslag voor de voorrang van de verkoper7.3.2.3 Nadere Uitwerking