Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.2.4.2
3.2.4.2 De ‘klant’ centraal
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661465:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Brunger en Veldman 2011, p. 45-46, 57, 66-67, 68, 80, 85.
Brunger en Veldman 2011, p. 46.
Brunger en Veldman 2011, p. 13-14, 10-11, o.a. memorandum herstructurering van de Belastingdienst 1986. In verschillende visiedocumenten en beleidsstukken eind jaren 70, begin jaren 80 wordt dit uitgewerkt. Happé 1993: ‘Klantgerichtheid vraagt van de belastingdienst bij de uitvoering van de belastingwetgeving zich te verplaatsen in de positie van de belastingplichtigen en deze te zien als zijn klanten, met het doel, de belastingheffing zo efficiënt en doelmatig mogelijk te laten verlopen.’
Brunger en Veldman 2011, p. 68-69, 74.
Belastingdienst Beleidsdoorlichting Compliance 2010, par. 3.2: ‘Een derde ontwikkeling was de opkomst van het klantgericht denken in de samenleving. Steeds meer bedrijven en instanties verschoven hun aandacht van de interne procesorganisatie naar de wensen van hun klanten. Steeds meer klanten gingen dat ook eisen. De combinatie van meer zelfbewuste burgers, toegenomen keuzevrijheid met bijbehorende concurrentie en de groeiende individualisering in de samenleving gaf spanning bij de instanties die daar niet in mee gingen. De druk op die instanties om ook klantgericht te gaan werken werd in die jaren steeds groter. Voor de Belastingdienst was dat niet anders.’
Adviesgroep en Projektgroep Organisatie-ontwikkeling, Visie op het management van de Belastingdienst, p. 2 (via Brunger en Veldman 2011, p. 11). Het begrip klant en klantgerichtheid is gebaseerd op de totstandkoming de adviezen uit de Fraude nota van 1982, wordt genoemd in het Memorandum Visie op het Management van de Belastingdienst 1982-1987 (“Mavis”) en verder uitgewerkt in het Memorandum Herstructurering van de Belastingdienst 1986, zie Brunger en Veldman 2011, p. 72.
Smit 1984a, onder ‘Voorbeschouwing’.
Brunger en Veldman 2011, hoofdstuk 4 (o.a. p. 71).
Brunger en Veldman 2011, p. 70.
Belastingdienst, Bedrijfs- en personeelsplan Belastingdienst 1989, p. 1; Brunger en Veldman 2011, p. 26, 42, 67.
Met de keuze voor een nieuwe aanpak, een dienstverlenende houding, sloeg de Belastingdienst een andere richting in.1 Voorheen was de verhouding hiërarchisch: de Belastingdienst verleende geen ‘dienst’ aan belastingplichtigen, maar controleerde hen op de nakoming van de fiscale verplichtingen, zo nodig op straffe van sancties.2 Klantgerichtheid impliceert echter een horizontalere relatie: de Belastingdienst wilde zich verplaatsen in de positie en wensen van belastingplichtigen en zich dienstverlenend opstellen.3 Onder de overheidsbrede invloed van de New Public Management-filosofie4 – die ook zijn weg vond binnen de Belastingdienst5 – werden belastingplichtigen voortaan aangeduid als ‘klanten’.6
De houding van belastingambtenaren verschuift van wetsuitvoering naar een hulpverlenende opstelling zo schetst Smit:
‘De wijze waarop de belastingambtenaar zijn taak uitoefent in de relatie met belastingplichtigen is in de afgelopen decennia geëvolueerd van passieve wetsuitvoering tot actieve fiscale hulpverlening. Deze hulp wordt meestal verleend door middel van mededelingen, onder meer in de vorm van inlichtingen, toezeggingen of de bereidheid tot het sluiten van een compromis.’7
Uit het onderzoek van Brunger en Veldman volgt dat het klantgerichte werkwijze van de Belastingdienst vooral vorm krijgt via dienstverlening, die is gericht op het ‘informeren van de klant’ waarbij ‘zoveel mogelijk aan de wensen van de burger’ wordt voldaan.8 De gedachte is dat de Belastingdienst burgers diensten verleent door hen te informeren over hun fiscale rechten en plichten, oftewel, voorlichting te geven. Die houding ten opzichte van burgers gaat gepaard met een bepaalde wederkerigheid, lichten Brunger en Veldman toe:
‘De Belastingdienst verzorgt de nodige informatie, en verwacht daarmee dat de burger eerder geneigd is om aan zijn verplichtingen te voldoen, zodat de Belastingdienst minder hoeft te corrigeren, en daarmee de burger beter kan vertrouwen. Vertrouwen krijgen door het te schenken. De Belastingdienst helpt de burger hem te helpen.’9
Een dienstverlenende houding vraagt dus ook iets van burgers terug, namelijk dat zij uit zichzelf hun fiscale verplichtingen nakomen.
In deze periode wordt ook het begrip ‘compliance’ geïntroduceerd.10 Dit wordt gedefinieerd als een ‘vrijwillige nakoming van de fiscale verplichtingen’. De klantgerichte benadering is dus gericht op compliance.