De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/5.4.6.3:5.4.6.3 Vereiste 3: meerderheid van voorstemmende stemklassen
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/5.4.6.3
5.4.6.3 Vereiste 3: meerderheid van voorstemmende stemklassen
Documentgegevens:
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197852:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
§245 lid 1 sub 3 InsO.
§246 InsO en §246a InsO.
Deutscher Bundestag Drucksache 12/2443, p. 209. Zie verder BeckOK InsO/Geiwitz/von Danckelmann 2019, InsO § 245 Rn. 19 en Uhlenbruck/Streit/Lüer 2019, InsO § 245 Rn. 40.
Art. 11 lid 1 sub b nr. 2 Richtlijn jo. art. 11 lid 1 laatste volzin Richtlijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het derde vereiste voor een cross class cramdown is dat een meerderheid van de stemklassen voor het Insolvenzplan moet hebben gestemd.1 Een voorstemmende klasse is een stemklasse waarin daadwerkelijk de vereiste stemmeerderheden zijn behaald. Zoals vermeld, wordt geacht dat een stemklasse van aandeelhouders of achtergestelde schuldeisers ook het akkoord heeft aangenomen wanneer niemand uit de stemklassen heeft gestemd.2 Deze stemklassen tellen in casu echter niet mee als voorstemmende klassen.3 In de Richtlijn staat een vergelijkbaar vereiste, maar moet minimaal één klasse in the money zijn.4 Het vereiste kan manipulatie van stemklassen met zich brengen, zie hierover paragraaf 3.3.8.1. In de WHOA is niet vereist dat een meerderheid van stemklassen voor het akkoord moet stemmen, slechts dat ten minste één klasse van in the money schuldeisers voor het akkoord heeft gestemd.5