Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars
Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.6.2.2:6.6.2.2 Geen vernietiging van de juridische fusie (en juridische splitsing)
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.6.2.2
6.6.2.2 Geen vernietiging van de juridische fusie (en juridische splitsing)
Documentgegevens:
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949822:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Den Haag 29 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10376, PJ 2021/134, m.nt. E. Lutjens; Pensioenrecht Updates 2021/197; JOR 2022, 281, m.nt. H. Koster (Optas/Aegon) en Rb. Den Haag 29 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10377 (Optas/Aegon). Deze twee uitspraken zijn ook kort besproken in Pensioen Magazine november 2021, p. 38.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tussen het moment van de vier uitspraken van de Rechtbank Rotterdam van 26 februari 2021 en van de CBb-uitspraak van 14 december 2021, zijn er door de Rechtbank Den Haag op 29 september 2021 twee uitspraken gewezen met belangrijke gevolgen voor de polishouders van Optas. 1 Inzet van de eisende partijen in deze procedures was om de juridische fusie tussen Optas en Aegon Levensverzekering door de rechter te laten vernietigen. Art. 2:323 lid 1 BW bevat een limitatieve opsomming van de gronden op grond waarvan de rechter een juridische fusie kan vernietigen. De “nietigheid, het niet van kracht zijn of een grond tot vernietiging van een voor de fusie vereist besluit van de algemene vergadering” is één van die gronden.2 Er was aan de Rechtbank Den Haag onder meer gevraagd de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders van Optas respectievelijk Aegon Levensverzekering om juridisch te fuseren nietig te verklaren. De rechtbank oordeelde op grond van art. 1:23 Wft dat ook al zou in de toekomst in een bestuursrechtelijke procedure komen vast te staan dat een rechtsgeldig instemmingsbesluit van DNB ontbreekt, dat niet kan leiden tot nietigheid of vernietigbaarheid van de besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders. De rechtbank oordeelde daarom dat ook wanneer het instemmingsbesluit van DNB zou worden vernietigd, dit de rechtsgeldigheid van de juridische fusie niet aantast. In art. 1:23 Wft is bepaald dat de rechtsgeldigheid van een privaatrechtelijke rechtshandeling die is verricht in strijd met de bij of krachtens de Wft gestelde regels niet uit dien hoofde aantastbaar is, behalve voor zover in de Wft anders is bepaald. De privaatrechtelijke rechtshandelingen waar het hier om gaat, zijn de voor de juridische fusie vereiste besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders van Optas respectievelijk Aegon Levensverzekering. Ook als deze in strijd met art. 3:119 lid 4 Wft zouden zijn genomen, leidt dat niet tot nietigheid of vernietigbaarheid van deze aandeelhoudersbesluiten. Dit onderdeel van deze twee uitspraken is naar mijn mening in lijn met juridische literatuur over de toepassing van art. 1:23 Wft.3 De twee uitspraken van de Rechtbank Den Haag zullen voor de polishouders van Optas een fikse juridische tegenvaller zijn geweest. Het oordeel van het CBb van 14 december 2021 zou dus weliswaar uiteindelijk tot herroeping van het instemmingsbesluit van DNB kunnen leiden, maar dat kan dan vervolgens volgens deze twee uitspraken niet leiden tot vernietiging van de juridische fusie tussen Optas en Aegon Levensverzekering. Meer in het algemeen, betekenen deze twee uitspraken dat de uitspraak van het CBb van 14 december 2021 géén gevolgen heeft voor de rechtsgeldigheid van juridische fusies tussen verzekeraars. Het ontbreken van de op grond van de Wft vereiste instemming van DNB heeft civielrechtelijk dus géén vernietigbaarheid of nietigheid van een juridische fusie van verzekeraars tot gevolg.4 Herroeping van het instemmingsbesluit van DNB leidt in verband met de werking van art. 1:23 Wft niet tot nietigheid van het besluit tot juridische fusie en dus kan er ook géén sprake zijn van vernietiging van de juridische fusie op grond van het bepaalde in art. 2:323 lid 1 onder c BW. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing in geval van juridische splitsing.5 Overigens is tegen de uitspraken van de Rechtbank Den Haag hoger beroep ingesteld.