Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/5.5.7.5
5.5.7.5 Verzet
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS435729:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zo lees ik ook de MvT, TK, 2006-2007, 30 929, nr. 3, p. 18.
Het administratiekantoor oefent het voorkeursrecht uit en kent voor de verkregen aandelen certificaten toe aan de certificaathouders naar rato van hun reeds gehouden bezit. De stortingsplicht op de nieuw uit te geven aandelen wordt door de betreffende certificaathouders aan het administratiekantoor beschikbaar gesteld zodat zij aan haar stortingsplicht kan voldoen.
Vgl. ook de reikwijdte van het begrip `members' uit de Engelse tekst van de Richtlijn GOF. Zie § 5.5.7.3.
Het 'verzet' dient te worden geuit op de plaats waar de besluitvorming omtrent de grensoverschrijdende fusie plaatsvindt; de algemene vergadering van aandeelhouders.1
Ook hier openbaart zich het verschil tussen houders van certificaten die zijn uitgegeven met medewerking van de vennootschap en houders van certificaten die zonder medewerking zijn uitgegeven. Deze laatste groep heeft niet het recht aan de algemene vergadering deel te nemen en aldus de mogelijkheid zich daar te verzetten tegen de fusie. Gecombineerd met mijn opmerkingen in § 5.5.7.3 leidt dit tot de voorlopige conclusie dat slechts de houder van certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven2 een potentieel eigen recht heeft op het doen van het verzoek tot schadeloosstelling. De houder van certificaten die zonder medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven heeft dat niet. Enige vorm van bescherming zou hem alleen toekomen wanneer het administratiekantoor ten aanzien van een deel van de door haar gehouden aandelen tegen de fusie stemt. De huidige tekst van artikel 333h verzet zich daar niet tegen.
De houder van certificaten die zonder medewerking zijn uitgegeven heeft niet het recht zelf in de algemene vergadering van aandeelhouders kenbaar te maken tegen de fusie te zijn en zich aldaar tegen de fusie te verzetten. Op zichzelf hoeft dat niet bezwaarlijk te zijn als gebruik gemaakt wordt van een regeling in de toepasselijke administratievoorwaarden die het administratiekantoor verplicht de certificaathouders vooraf te horen en overeenkomstig de uitslag van dat vooroverleg stem uit te brengen. Bij het uitoefenen van het voorkeursrecht bij een emissie van aandelen is een dergelijke handelswijze gebruikelijk.3
Toch is die situatie wezenlijk anders dan bij een certificering met medewerking. Daar kan objectief geconstateerd worden dat de uiteindelijk economisch gerechtigde — aan wie de wet bepaalde rechten toekent- tegen de fusie is. Hij kan door gebruik te maken van zijn spreekrecht in de vergadering waarin over de fusie gestemd wordt zijn zienswijze kenbaar maken en zich aldus verzetten. Zijn betrokkenheid is veel groter en doordat hij vergaderrechten heeft is de situatie veel meer transparant dan bij een certificering zonder medewerking van de vennootschap.4