Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.6:4.2.6 Quinn t. Ierland (2000)
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/4.2.6
4.2.6 Quinn t. Ierland (2000)
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS482180:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het op dezelfde dag gewezen arrest in de zaak Quinn is verwant met Heaney en McGuinness. Klager werd verdacht van betrokkenheid bij een overval door de IRA op een geldtransport. Hij werd gearresteerd op grond van de meergenoemde 1939 Act en meermaals verhoord. Daarbij werd hem enkele keren gevraagd om rekenschap te geven van zijn verblijfplaats rondom het tijdstip van de overval. Niet voldoening hieraan werd in art. 52 van de 1939 Act bedreigd met zes maanden gevangenisstraf. Quinn ontkende elke betrokkenheid bij de overval. Omdat hij weigerde rekenschap te geven van zijn verblijfplaats rondom het tijdstip van de overval, werd hij vervolgd en veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf.
Quinn beklaagde zich bij het EHRM erover dat art. 52 van de 1939 Act zijn recht om zichzelf niet te belasten heeft ondermijnd. Het Hof oordeelt tot schending van art. 6, lid 1 EVRM. In lijn met Heaney en McGuinness weegt het Hof de in de Ierse wetgeving vastgelegde procedurele waarborgen mee en – in verband daarmee – ook dat het onzeker was of de door klager verstrekte verklaringen van het bewijs voor de criminal charge in de strafprocedure werden uitgesloten.