Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.5.0
2.4.5.0 Introductie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS401452:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl: Rammeloo, S.F.G. (2003), `HvJ EG Zaak 208/00 i berseering: de 'long and winding road' naar vestigingsvrijheid voor rechtspersonen in de Europese Unie', WPNR 03/6521, blz. 153-154.
Sommige landen kennen een gemengd werkelijke zetel/incorporatieleerstelsel (onder andere Griekenland).
Het Haags Verdrag nopens de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van vreemde vennootschappen, verenigingen en stichtingen van 1 juni 1956 en het EEG-Verdrag betreffende de onderlinge erkenning van vennootschappen en rechtspersonen van 29 februari 1968, die beide niet in werking zijn getreden.
Arresten HvJ EG 9 maart 1999, Centros Ltd. v. Erhvervs- og Selskabsstyrelsen, Zaak 212/97 (Centros), HvJ EG 5 november 2002, Zlberseering BV v. Nordic Construction Company Baumangament GmbH, Zaak 208/00 (berseering), HvJ EG 30 september 2003, Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam v. Inspire Art Ltd., Zaak 167/101 (Inspire Art), HvJ EG 13 december 2005, Sevic Systems AG v. Landgericht Koblenz, Zaak 411/03 (Sevic) en HvJ EG 16 december 2008, Szegedi Itélótábla v. Cartesio Okató és Szolgáltato Betéti Társaság, Zaak 210/06 (Cartesio).
Van oudsher zijn lidstaten van de EU verdeeld over de vraag door welk recht rechtspersonen en vennootschappen binnen een lidstaat worden beheerst.1 Bij deze vraag worden in de lidstaten twee leren aangehangen: de incorporatieleer (onder andere Nederland, Engeland, Ierland, en de Scandinavische landen) en de werkelijke zetelleer (onder andere Duitsland, Frankrijk, België, Spanje, Italië, Luxemburg, Oostenrijk en Portugal).2 Deze leren hanteren van elkaar verschillende aanknopingspunten voor de beantwoording van de vraag naar de nationaliteit van het vennootschapstatuut. De incorporatieleer sluit aan bij het recht van het land volgens welk de rechtspersoon is opgericht. De werkelijke zetelleer is daarentegen gericht op het recht van het land waar de werkelijke zetel is gevestigd. Beide stelsels bestaan al geruime tijd naast elkaar. Na enkele mislukte pogingen om een compromis te sluiten tussen de twee leren,3 lijken ook de ontwikkelingen op het gebied van de vrije vestiging van vennootschappen binnen het Europese recht niet tot een verplichte keuze tussen een van beide stelsels te dwingen.4