Instellingen voor collectieve belegging in effecten
Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.7.6:2.7.6 Conclusie
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/2.7.6
2.7.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193754:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Icbe-Richtlijn is niet de enige Europese regelgeving die van belang is voor icbe’s en beheerders van icbe’s. Om te bepalen of deelnemers in icbe’s adequaat en uniform beschermd worden, zijn ook andere Richtlijnen en Verordeningen van belang. Het voert echter te ver om alle regelgeving in detail te analyseren. Het overzicht van de regelgeving dat in de vorige paragrafen is geschetst, helpt wel om de Richtlijn in perspectief te plaatsen.
De belangrijkste conclusie is dat enkele specifieke onderwerpen en risico’s buiten de icbe-regelgeving om geadresseerd zijn. Verplichtingen ten aanzien van distributie van deelnemingsrechten zijn niet in de Icbe-Richtlijn opgenomen maar in andere richtlijnen. De vereisten die van toepassing zijn op distributeurs van deelnemingsrechten kunnen wel indirecte impact hebben op beheerders van icbe’s. Door distributie niet in de Icbe-Richtlijn zelf te reguleren en beheerders uit te zonderen van de reikwijdte van MiFID II, is distributie van deelnemingsrechten door de beheerder van de icbe zelf nagenoeg ongereguleerd. Dit is een lacune in de Europese regelgeving die nationale wetgevers dienen te dichten. Specifieke beleggingsinstrumenten en technieken zoals derivaten en securities lending kennen eigen verplichtingen. De risico’s die eigen zijn aan deze instrumenten en technieken worden zo op afzonderlijke wijze geadresseerd door de regelgever.