Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.5.4.2
2.5.4.2 Recht om uit te treden
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197860:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
O.a. MüKoInsO/Eidenmüller 2014, InsO § 225a Rn. 114 en Uhlenbruck/Hirte 2019, InsO § 225a Rn. 51.
Art. 2:343 BW. Zie hierover uitgebreid Bulten 2011. De omgekeerde situatie is dat iedere aandeelhouder die, alleen of tezamen met andere aandeelhouders, minimaal een derde van het geplaatst kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigt, mag vorderen dat een aandeelhouder zijn aandelen overdraagt wanneer hij het belang van de vennootschap dusdanig heeft geschaad of nog steeds schaadt dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer kan worden geduld (uitstoting). Zie art. 2:336 BW jo. art. 2:341 BW. De minister heeft overigens een voorontwerp ter wijziging van de geschillenregeling gepresenteerd in augustus 2019.
Art. 2:340 BW.
O.a. Müller 2006, p. 107. Zie verder MüKoGmbHG/Strohn 2018, GmbHG § 34.
§225a lid 5 InsO. In Duitsland bestaat ook een zekere variant van het uitstotingsrecht. Evenals het uittreedrecht is dit een ongeschreven regel. Het is de algemene vergadering die besluit over de uitstoting.
S.994 e.v. CA 2006. Zie uitgebreid Davies & Worthington 2016, hfst. 20.
Mayson, French & Ryan 2016, p. 552.
Zie hierover De Vries 2006.
Het kan voorkomen dat van een aandeelhouder niet meer kan worden verlangd dat hij aandeelhouder blijft in de vennootschap na de herstructurering van de vennootschap. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de wisseling in het aandeelhoudersbestand van de vennootschap een reden hiervoor vormt doordat derden, zoals schuldeisers, aandelen verkrijgen in een vennootschap met relatief weinig aandeelhouders.1 Voorts kan onderdeel van een preventieve herstructurering zijn dat bestaande aandeelhouders de keuze hebben tussen extra financiering in de vennootschap in te brengen of uit te treden.
In Nederland kan iedere aandeelhouder die dusdanig in zijn eigen rechten of belangen is geschaad door gedragingen van medeaandeelhouders of de vennootschap dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap niet meer in redelijkheid gevergd kan worden, een vordering tegen de probleem veroorzakende medeaandeelhouder(s) of de vennootschap instellen tot het overnemen van zijn aandelen.2 Het is mijns inziens de vraag of een aandeelhouder die bij een preventieve herstructurering aandelen mag behouden dusdanig in zijn rechten wordt geschaad dat hij een succesvol beroep op de uittreedregeling kan doen. Overigens zal de waarde van de aandelen dan doorgaans nul zijn waardoor de uittredende aandeelhouder niets ontvangt.3
Een wettelijke geschillenregeling bestaat niet in Duitsland. Wel heeft een aandeelhouder het ongeschreven recht om uit te treden indien een gewichtige grond zich voordoet. Dit recht wordt in de literatuur en rechtspraak aangenomen en kan niet worden uitgesloten of beperkt in de statuten.4 Een gewichtige grond is aanwezig wanneer het voortduren van het aandeelhouderschap van de aandeelhouder in redelijkheid niet langer kan worden verwacht en de aandeelhouder niet op een andere manier zijn aandelen kan overdragen. Dit komt het meest in de buurt van het Nederlandse uittreedrecht, zij het dat de Duitse vordering alleen tegen de vennootschap kan worden ingesteld. De Insolvenzordnung geeft expliciet aan dat wijzigingen in aandeelhoudersrechten bij een akkoord een gewichtige grond voor uittreding kunnen opleveren en aandeelhouders dan gebruik mogen maken van het uittreedrecht.5
In Engeland bestaat de hiervoor genoemde unfair prejudice remedy.6 De meest verzochte remedy is een verzoek tot uittreding.7 De procedure wordt op een vergelijkbare wijze gebruikt als de Nederlandse geschillenregeling.8