Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.3.5
4.3.5 Rechter-commissaris
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174183:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Simons 1996, p. 95.
De bevoegdheid om een rechter-commissaris met de behandeling van een zaak te belasten, ontleent de rechtbank aan artikel 15, vierde lid, Rv; het gerechtshof aan artikel 16, tweede tot en met vijfde lid, Rv; en de Hoge Raad aan artikel 17, derde lid, Rv. Zie nader paragraaf 4.5.1.1.
Parl. Gesch. Herz. Rv, p. 123; Van Mierlo, T&C Burgerlijke Rechtsvordering 2018, art. 15, aant. 4.
De vrij-bewijsleer houdt in dat het bewijs door alle middelen kan worden geleverd. De bestuursrechter is vrij in zijn bewijsbeslissingen.
Parl. Gesch. Awb II, p. 405; Borman, T&C Algemene wet bestuursrecht 2015, art. 8:12, aant. 5.
Het formele burgerlijk recht, strafrecht en bestuursrecht voorzien alle in de figuur van de rechter-commissaris, in hoger beroep en cassatie raadsheer-commissaris geheten. Diens bevoegdheden verschillen per rechtsgebied. In algemene zin heeft een rechter-commissaris toezichthoudende taken en zorgt hij ervoor dat zaaksrechters beter in staat zijn uitspraak in een zaak te doen.1
Civiele zaken
Een meervoudige kamer die van een civiele zaak kennisneemt kan een rechter-commissaris aanwijzen, die de zaak geheel of gedeeltelijk behandelt (maar niet beoordeelt en beslist). Bij voorkeur maakt de rechter-commissaris deel uit van de meervoudige kamer die de zaak beoordeelt en beslist. Tijdens de behandeling oefent de rechter-commissaris de bevoegdheden van de rechtbank, het gerechtshof dan wel de Hoge Raad zelf uit.2 Hij kan bijvoorbeeld een comparitie of deskundigenverhoor houden (art. 30k resp. art. 194 Rv). De inhoudelijke beslissing blijft voorbehouden aan de meervoudige kamer.3
Strafzaken
Het bestuur van de rechtbank wijst uit de bij het gerecht werkzame rechters rechters-commissarissen aan die belast worden met de behandeling van strafzaken, maar niet met hun beoordeling en beslissing (art. 46 Wet RO). Meer specifiek is de rechter-commissaris in strafzaken belast met het instellen en uitvoeren van het gerechtelijk vooronderzoek (art. 181 e.v. Sv) en het doen van nader onderzoek (art. 316 Sv). Ook kan hij de bewaring van een verdachte bevelen (art. 63 Sv). Sinds 2013 oefent de rechter-commissaris in het vooronderzoek ook toezicht uit op het verloop van het opsporingsonderzoek (art. 170, tweede lid, Sv).4 In omvangrijke strafzaken kunnen meerdere rechters-commissarissen actief zijn, maar zij handelen dan, afgezien van hun onderlinge afstemming, niet als college maar ieder als rechter-commissaris.
De officier van justitie kan voor elk strafbaar feit een gerechtelijk vooronderzoek vorderen (art. 149 jo. 181 Sv), zodat de rechter-commissaris, anders dan in civiele zaken, in zowel meervoudige als enkelvoudige strafzaken betrokken kan zijn. De rechter-commissaris die in een strafzaak onderzoek heeft verricht, neemt niet deel aan het onderzoek ter terechtzitting of aan de raadkamer. Alleen wanneer het onderzoek slechts bestaat uit het horen van getuigen of deskundigen en de procespartijen er geen bezwaar tegen maken, kan de rechter die over de zaak oordeelt optreden als rechter-commissaris (art. 268, tweede lid, jo. art. 21, vierde lid, Sv).
Bestuurszaken
De meervoudige en enkelvoudige kamer die een bestuurszaak behandelt kan een rechter-commissaris opdragen het vooronderzoek of een deel daarvan te verrichten (art. 8:12 Awb). De bevoegdheden in het kader van het vooronderzoek (art. 8:42-8:51 Awb) komen aan de rechtbank toe. De meervoudige dan wel enkelvoudige kamer kan de rechter-commissaris instructies geven en bepalen welke activiteiten hij zal verrichten.
De rechter-commissaris in bestuurszaken kan na afloop van het vooronderzoek deelnemen aan de behandeling ter zitting, net als zijn ambtsgenoot in civiele zaken en anders dan die in strafzaken. Hiervoor is gekozen omdat uitsluiting van de rechter-commissaris in bestuurszaken zich niet goed verdraagt met de vrij-bewijsleer in het bestuursprocesrecht.5 Ook een efficiënte procesvoering is gebaat met deelname van de rechter-commissaris aan het onderzoek ter zitting.6