De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.7.3:II.5.7.3 De overwegingsplicht
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.5.7.3
II.5.7.3 De overwegingsplicht
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285083:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Breunese stelt dat bij een vervallenverklaring door de Tweede Kamer wel degelijk aan de overwegingsplicht is voldaan, omdat deze vervallenverklaring de procedurele geldigheid van de verdere behandeling van het voorstel aangaat, zie: Breunese NJB 2018/1320, p. 1675-1676. Breunese hanteert hier mijns inziens een extensieve uitleg van wat ‘overwegen’ is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 137 lid 1 en lid 4 Grondwet bepalen dat in tweede lezing een overweging dient plaats te vinden. Bij het begrip ‘overweging’ (lid 1) en ‘overwegen’ (lid 4) gaat het er om dat de Tweede Kamer over het voorstel heeft te beraadslagen en te stemmen. Een duidelijke termijn waarbinnen dit moet plaatsvinden geeft artikel 137 Grondwet niet. Dat betekent dat deze plicht ook kan rusten op een volgende Tweede Kamer. Deze overwegingsplicht staat op gespannen voet met de opvatting dat alleen de Tweede Kamer die direct na de eerste lezing is verkozen de tweede lezing kan verrichten. Als die Tweede Kamer de tweede lezing immers niet afhandelt, dan kan niet meer aan de overwegingsplicht worden voldaan.
De Afdeling advisering Raad van State gaf in zijn voorlichting van 29 september 2017 aan dat het voorstel in tweede lezing over constitutionele toetsing vervallen moet worden verklaard, en zo geschiedde. Bij een dergelijke vervallenverklaring heeft geen (volledige) overweging over het voorstel plaatsgevonden. Die situatie verhoudt zich moeizaam met artikel 137 lid 1 en 4 Gw.1
Indien er niet uitgegaan wordt van een exclusieve verplichting van de Tweede Kamer die direct is verkozen na de eerste lezing, dan levert de overwegingsplicht ook onduidelijkheid op. Een latere Tweede Kamer kan deze plicht nakomen, maar zij kan de behandeling in tweede lezing voor eeuwig vooruitschuiven. Rondom deze overwegingsplicht hoort duidelijkheid te bestaan. Hier kom ik in het volgende hoofdstuk op terug.