Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/6.5.3
6.5.3 Procedure tot verkrijging van een Europees betalingsbevel
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS377004:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In art. 3 lid 2 onder d wordt gerept van het voorwerp van de actie. Vgl. de Engelse tekstversie waar van een 'cause of action' wordt gesproken.
Vgl. resp. 'European payment notification' en 'Europäische Zahlungsaufforderung'. Mijns inziens dient in plaats van de term 'Europese uitnodiging tot betaling' beter de term 'Europese aanmaning' te worden gebruikt.
Wat Nederland betreft zal deze taak bijvoorbeeld aan de griffie opgedragen kunnen worden. Zie ook M. Freudenthal, Advocatenblad 2004, p. 451. Onder de werking van de kantonrechterlijke procedure tot verkrijging van een bevel tot betaling betekende de griffier het verzoekschrift van de schuldeiser aan de schuldenaar. De schuldenaar kon vervolgens binnen een termijn van vier weken reageren. Zie W. Hugenholtz, Hoofdlijnen van Nederlands Burgerlijk Procesrecht, bewerkt door W.H. Heemskerk, 15e druk, 's-Gravenhage: VUGA 1988, nr. 109.
COM (2004) 173 def., p. 14.
Het indienen van de processtukken in het kader van de voorgestelde procedure moet aan de hand van standaardformulieren geschieden. In het verzoek voor het betalingsbevel wordt naast de namen van partijen, het bedrag en de eventueel te vorderen rente, ook de grondslag van de vordering1 vermeld. Tevens moet de crediteur een korte beschrijving van ten minste één bewijselement aanvoeren dat in een (bodem)procedure aangevoerd zou kunnen worden. De aangezochte rechter toetst ambtshalve het verzoek. Deze rechter dient ook ambtshalve te toetsen of sprake is van een opeisbare, niet-betwiste liquide geldvordering die onder het toepassingsbereik van de regeling valt. Nadat de rechter het verzoek heeft beoordeeld, kan hij het verzoek op grond van art. 5 in zijn geheel afwijzen dan wel krachtens art. 6 een Europese uitnodiging tot betaling uitvaardigen. Van een afwijzing is ingevolge art. 4 sprake indien het verzoek of een gedeelte daarvan niet voldoet aan de vereisten. Het is niet mogelijk het verzoek slechts gedeeltelijk in behandeling te nemen. Wordt het verzoek afgewezen, dan kan de crediteur ingevolge art. 5 lid 3 een gewone procedure instellen. Ook al zwijgt de voorgestelde verordening op dit punt, toch is het mijns inziens tevens mogelijk om een nieuw verzoek in te dienen voor het gedeelte van het oorspronkelijke verzoek dat aan de vereisten van de verordening voldoet.
Indien het verzoek aan de vereisten van de verordening voldoet, wordt door de aangezochte rechter een Europese uitnodiging tot betaling2 uitgevaardigd. Deze wordt ingevolge art. 6 lid 2 aan de verweerder betekend. De verordening bepaalt dat het stuk zonder een bewijs van persoonlijke ontvangst door de verweerder niet betekend kan worden indien het adres van de verweerder niet met zekerheid bekend is. De verordening specificeert niet nader vanwege wie de betekening wordt verricht. Het is mogelijk dat de verzoeker de uitnodiging tot betaling aan de verweerder moet laten betekenen. Een nadeel van deze handelwijze is dat onzekerheid blijft bestaan of en wanneer het stuk aan de verweerder is betekend. De verordening bepaalt niet of de aangezochte rechter vervolgens bij het uitvaardigen van een betalingsbevel overeenkomstig art. 9 lid 1 moet toetsen of de uitnodiging tot betaling daadwerkelijk is betekend. Tevens is het mogelijk dat de aangezochte rechterlijke instantie die de uitnodiging tot betaling uitvaardigt, voor de betekening daarvan zorg draagt.3 Mijns inziens verdient deze gang van zaken de voorkeur. De rechter is namelijk degene die de Europese uitnodiging tot betaling afgeeft. Bij de betekening van het stuk vanwege de rechter is er zekerheid omtrent het daadwerkelijk versturen van de uitnodiging tot betaling aan de verweerder. Eveneens blijkt uit art. 9 lid 1 dat bij gebreke van een verweerschrift of een verklaring waarbij de rechter in kennis wordt gesteld van de betaling, de rechter ambtshalve een Europees betalingsbevel uitvaardigt.
Nu de voorgestelde verordening geen regels omtrent de betekening bevat, zal de betekening volgens het recht van de aangezochte rechter moeten geschieden.4 De schuldenaar kan ingevolge art. 6 lid 3 binnen drie weken na de betekening van de uitnodiging in de lidstaat waarin de betekening plaatsvindt, een verweerschrift indienen. Het verweer behoeft niet gemotiveerd te worden. Het gevolg van het voeren van verweer is dat de procedure op het verzoek van de schuldeiser voortgezet wordt overeenkomstig de regels die gelden voor een gewone (bodem)procedure.
Indien door de schuldenaar geen verweerschrift wordt ingediend of indien de schuldenaar binnen de termijn van drie weken geen verklaring aflegt dat hij zal betalen, vaardigt de rechter ingevolge art. 9 ambtshalve een betalingsbevel uit. Dit bevel wordt wederom aan de schuldenaar betekend die binnen een termijn van drie weken na de betekening van het bevel daartegen verzet kan aantekenen. Het instellen van verzet heeft tot gevolg dat de procedure wordt omgezet in een gewone (contradictoire) procedure. Na het verstrijken van de verzettermijn van drie weken kan door de schuldenaar ingevolge art. 11 lid 4 slechts onder strikte voorwaarden om herziening van het bevel volgens nationaal recht worden gevraagd.