Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/7.4.8.3
7.4.8.3 Crowding out
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS599061:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wilkinson-Ryan 2009, p. 20.
Gneezy & Rustichini 2000.
'When help is offered for no compensation in a moment of need, accept it with restraint. When a service is offered for a price, buy as much as you find convenient' , ' A fine is a price' en ' Once a commodity, always a commodity' zijn de drie sociale normen die het gedrag van de ouders kunnen verklaren, aldus Gneezy & Rustichini 2000, p. 14.
Bowles 2008, p. 1607.
Bowles 2008, p. 1609.
Bowles 2008, p. 1608. Wilkinson-Ryan 2009, p. 2-3, geeft als voorbeeld de Bostonse brandweermannen, onder wie het aantal ziekmeldingen verdubbelde nadat de leiding een maximum van 15 ziektedagen had vastgesteld, waar voorheen geen maximum voor gold.
Bij de crèches uit het experiment zou een kostendekkende boete (salaris plus vaste kosten voor langer openblijven) voor laatkomers wellicht ook een ander effect hebben gehad dan de zeer lage boete die werd gehanteerd., zo speculeren ook de onderzoekers zelf: Gneezy & Rustichini 2000, p. 15.
Ondernemingen en met name repeat players zullen binnen het proces veelal ook belang blijven hechten aan hun reputatie.
Zie Verkijk 2010 en ook § 8.6.
Financiële incentives kunnen soms morele normen verdringen (crowding out1), met een averechts effect als gevolg, dat door de klassieke rechtseconomie niet zou worden voorspeld. Het bekendste voorbeeld is 'A Fine is a Price', een empirische studie door Gneezy & Rustichini onder een aantal Israëlische crèches.2 Per crèche haalden gemiddeld ongeveer tien ouders per week hun kind te laat op. In het experiment werd bij een aantal crèches een (lage) boete aangekondigd voor ouders die meer dan tien minuten te laat kwamen. In de loop der weken verdubbelde (!) bij die crèches het aantal laatkomers. Vervolgens werden de boetes weer afgeschaft, maar het aantal laatkomers bleef onverminderd hoog, dus hoger dan vóór de boete en ook hoger dan bij de controlegroep van crèches waar nooit een boete was geïntroduceerd. Dit effect kon worden verklaard doordat ouders voorheen de morele norm voelden om de crècheleiders niet op ze te laten wachten, maar dat de boete in de gedachten van ouders een marktprijs vormde waarmee ze die wachttijd konden afkopen. Na afschaffing van de boete keerde de morele norm niet (binnen de periode van het experiment) terug, maar werd laat komen meer gezien als een 'gratis' product.3
Deze studie staat niet op zichzelf. Bowles laat in een beknopt overzichtsartikel in Science zien dat op eigenbelang gerichte prikkels morele normen kunnen ondermijnen en weerlegt de assumption of separability.4Die door economen gehanteerde assumptie hield in dat het bestaan van sociale normen wel erkend werd, maar de invloed van op economisch eigenbelang gerichte beleidsprikkels op die sociale normen werd ontkend. Bowles noemt verschillende studies en bijbehorende verklaringen die de assumption ofseparability weerleggen. Zo kunnen altruïstische daden als het doneren van bloed worden ontmoedigd door een financiële vergoeding, omdat die het gevoel van een goede daad wegnemen.5 Verder kunnen expliciete financiële prikkels het gevoel van autonomie aantasten (control aversion) en het gevoel aanwakkeren dat degene die de prikkels introduceert geen vertrouwen heeft en/of probeert te profiteren op kosten van degenen die aan de prikkels onderworpen zijn. Experimenten laten zien dat mensen in een dergelijk raamwerk van expliciete financiële prikkels soms juist slechter gaan presteren, omdat hun intrinsieke motivatie wordt weggenomen.6
Nu betekent de eventuele verdringing van sociale normen niet direct dat er iets mis is metpricing, zoals dat eerder (§ 7.4.7) als instrument is geformuleerd voor de onopzettelijke verstorende gedragingen. Die kans bestaat slechts als de consequenties te licht zijn.7 Een verstorende gedraging die eerst niet wordt bestraft, maar die vanwege de beroepseer van de advocaat en/of moreel besef bij de cliënt ook niet vaak wordt vertoond, kan frequenter voorkomen wanneer die morele norm wordt verdrongen door de introductie van te laag vastgestelde materiële of financiële consequenties. Het is overigens wel de vraag welke morele normen precies verdrongen kunnen worden in de context van een civiele procedure. Bij de cliënten zal er van intrinsieke motivatie om goed te doen richting de wederpartij vermoedelijk niet vaak sprake zijn, maar misschien wil men zich wel ' ruiterlijk' voordoen bij de rechter.8 Bij advocaten is lastig in te schatten in welke mate zij intrinsiek een goede taakvervulling nastreven en welke verantwoordelijkheden jegens de rechtspleging, de (advocaat van) de wederpartij en (de reputatie van) het eigen kantoor daar in hun eigen ogen onder vallen. Wel is duidelijk dat advocaten zich in een spanningsveld van stevig gereguleerd procesrecht én gedragsrecht bevinden,9 met veel expliciete prikkels, dus het is de vraag in hoeverre nieuwe financiële prikkels nog morele normen kunnen verdringen. Dat een maatregel als het eigen beursje tot control aversion en daarmee juist tot slechter procesgedrag zal leiden, lijkt daarmee onwaarschijnlijk, maar is ook niet uit te sluiten.
Al met al zouden lage financiële consequenties een averechts effect kunnen hebben door crowding out, maar het is sterk de vraag of verdringing van morele normen niet al maximaal heeft plaatsgevonden door bestaande proces- en gedrags-rechtelijke regulering.