Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/427
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300 lid 1 Sr) en diefstal (art. 310 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e lid 1 sub b onder 2 Sv. Had dagvaarding in h.b. moeten worden betekend op het door verdachte bij het instellen van h.b. opgegeven domicilieadres (kantooradres van zijn raadsvrouw) in akte instellen h.b.? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 10-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:378
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 maart 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, R. Kuiper
- Zaaknummer
24/00693
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:378, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:25, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑02‑2026
Essentie
Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. mishandeling (art. 300 lid 1 Sr) en diefstal (art. 310 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e lid 1 sub b onder 2 Sv. Had dagvaarding in h.b. moeten worden betekend op het door verdachte bij het instellen van h.b. opgegeven domicilieadres (kantooradres van zijn raadsvrouw) in akte instellen h.b.? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00693
Datum 10 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.