Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/7.2:7.2 Vormgeving van het buitenlands beleid
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/7.2
7.2 Vormgeving van het buitenlands beleid
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233779:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Van der Hulle 2018a en hoofdstuk 4 van dit onderzoek. Zie in dezelfde zin de conclusie van A-G Valk van 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412, over de hierna te bespreken recente zaak over het al dan niet terughalen van kinderen en hun moeders die zich in het strijdgebied van IS in Syrië en Irak bevinden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de bespreking van de rechtspraak van de Nederlandse rechter over het buitenlands beleid maak ik een onderscheid tussen rechtspraak over beslissingen van de andere staatsmachten waarmee zij het buitenlands beleid meer in algemene zin vormgeven en rechtspraak over het optreden van het leger ter uitvoering van die beslissingen. Dit onderscheid sluit aan bij de eerder in dit onderzoek besproken rechtspraak van de Amerikaanse federale rechter.1 In deze paragraaf bespreek ik de rechtspraak van de Nederlandse rechter over de eerstbedoelde beslissingen. De rechtspraak over het optreden van het leger staat in de volgende paragraaf centraal.
7.2.1 Het vertrekpunt: het Kruisraketten-arrest (1989)7.2.2 Introductie en toepassing van standaardoverweging7.2.3 Lagere rechtspraak: de Irak-oorlog en staatsbezoeken7.2.4 Vergelijking met een political question-doctrine7.2.5 Grondrechten als uitzondering? Over de demobilisatie van het KNIL en het terughalen van IS-kinderen7.2.6 Nogmaals Urgenda