Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/2.4.1.2:2.4.1.2 Gelegenheidsdetachering aan een derde
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/2.4.1.2
2.4.1.2 Gelegenheidsdetachering aan een derde
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943479:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2018/19, 35 074, nr. 3, p. 40 (MvT).
Dat is het geval voor de Waadi in tegenstelling tot art. 7:690 BW e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij gelegenheidsdetachering aan een derde stelt een werkgever een werknemer bij uitzondering ter beschikking aan een opdrachtgever. De activiteiten van de werkgever zien geenszins op het uitlenen van personeel, maar bij uitzondering blijkt terbeschikkingstelling gewenst te zijn. Dit kan zich voordoen omdat een opdrachtgever bijvoorbeeld nauwere en meer langdurige aanwezigheid van de werknemer in zijn organisatie wenst ter uitvoering van een bepaalde opdracht. Een andere optie is dat beoogd wordt de werknemer tijdens de detachering bepaalde kennis en vaardigheden op te laten doen, die hij of zij bij de eigen werkgever niet kan opdoen. Een voorbeeld van gelegenheidsdetachering aan een derde is het advocatenkantoor dat een advocaat bij wijze van uitzondering ter beschikking stelt aan een bank.
Nu sprake is van terbeschikkingstelling, kwalificeert gelegenheidsdetachering aan een derde als uitzenden of payrolling. Aan bod kwam al dat de regering vooral veel waarde hecht aan de allocatiefunctie voor het onderscheid tussen uitzenden en payrolling. Of de werkgever bij gelegenheidsdetachering een allocatiefunctie heeft verricht, is niet evident. Een gelegenheidsdetacheerder vervult geen actieve rol in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zoals een traditioneel uitzendbureau dat doet. De regering gaf in de toelichting op de WAB een aantal indicaties voor het herkennen van de allocatiefunctie. Deze indicaties wijzen in de context van gelegenheidsdetachering aan een derde wel meer in de richting van uitzenden dan payrolling.Zo is een belangrijke indicatie voor het ontbreken van een allocatiefunctie bij de contractuele werkgever het feit dat deopdrachtgever het gehele proces van werving en selectie zelf heeft gedaan. Bij gelegenheidsdetachering is duidelijk dat de inlener geen rol speelt in de werving of selectie van de specifieke arbeidskracht. De arbeidskracht werkt immers al voor de detacheerder. Dit zou een aanwijzing voor een kwalificatie als uitzenden kunnen zijn. Anderzijds kan volgens de regering het geheel ontbreken van allocatieve activiteiten bij de uitlener, zoals hethebben van een vacaturesite en het in dienst hebben van intercedenten die actief werven en alloceren, voldoende indicatie zijn om te oordelen dat sprake is van payrolling.1 Bij een gelegenheidsdetacheerder zullen dergelijk activiteiten niet snel te vinden zijn, wat zou betekenen dat sprake is van payrolling.
De regering lijkt bij het opstellen van de indicaties vooral gericht te zijn geweest op bedrijfsmatige terbeschikkingstelling en het verduidelijken van het verschil tussen de activiteiten van payrollbureaus en uitzendbureaus. Zij lijkt daarbij niet bedacht te zijn geweest op ondernemingen die sporadisch, bij gelegenheid, een werknemer uitlenen aan een derde. Dat is opvallend, omdat een belangrijk deel van de wettelijke bepalingen met betrekking tot terbeschikkingstelling van arbeidskrachten ook ziet op niet-bedrijfsmatige terbeschikkingstelling.2 Dit komt in de navolgende hoofdstukken uitgebreid aan bod.
Nu niet met zekerheid te zeggen is welke kwalificatie aan gelegenheidsdetachering aan een derde moet toekomen, houd ik er in de navolgende hoofdstukken rekening mee dat de gelegenheidsdetachering zowel als uitzenden als als payrolling kan kwalificeren.