RvdW 2026/436:Beklag, beslag ex art. 94a Sv onder klaagster en anderen op woningen, perceel bouwgrond, auto, effectenportefeuilles, bankrekeningen en vordering in Luxemburg, Zwitserland en België t.l.v. anderen i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek ‘Milwaukee’ t.z.v. verdenking van illegaal aanbieden van online kansspelen, witwassen en deelname aan criminele organisatie, met het oog op ontneming van w.v.v. Derdenbeslag. Heeft Rb (economische raadkamer) door te overwegen dat zij het niet hoogst onwaarschijnlijk acht dat strafrechter verplichting tot betaling van geldboete, ontnemingsmaatregel of schadevergoedingsmaatregel zal opleggen, juiste maatstaf toegepast? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 20 november 2028, RvdW 2018/1339, m.b.t. te hanteren maatstaf als ex art. 94a Sv beslag rust op voorwerp en een derde in beklagprocedure ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt. Uit overwegingen Rb blijkt niet dat zij deze maatstaf heeft aangelegd bij beoordeling van klaagschrift. Dit betekent dat haar beschikking ontoereikend is gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met NJ 2026/124, RvdW 2026/433, RvdW 2026/434, RvdW 2026/435, RvdW 2026/437, RvdW 2026/438, RvdW 2026/439, RvdW 2026/440, RvdW 2026/441 en RvdW 2026/442.