Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/3.4
3.4 Uitgangspunten bij het gebruik van beginselen
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362974:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Pauwels 2009, onder 3.5.4.
Pauwels 2009, onder 3.5.4; Happé 1996 onder 1.3.5; Dworking 1978, p. 26.
Pauwels 2009, paragraaf 3.5.4, Popelier 1999, p. 15.
Popelier 1997, p. 13 en 15, Pauwels 2009, paragraaf 3.5.4.
Zie ook: Pauwels 2009, paragraaf 3.5.4.
Zie ook bijvoorbeeld: de noot van Happé in BNB 2010/3 bij HR 14 oktober 2008, nr. 41.537.
Zie bijvoorbeeld: HvJ 8 mei 2019, zaak C-230/18, (PI), punt 81: waarin door het HvJ wordt overwogen dat het vereiste om besluiten te motiveren van bijzonder belang is in de context van een zaak waarbij moet worden beoordeeld of een beperking van een Unierechtelijk beginsel gerechtvaardigd en proportioneel is.
Burg 2000, p. 70, Pauwels 2009, onder 3.5.4.
Pauwels 2009, onder 3.5.4.
Happé 1996, paragraaf 1.3.2.
Pauwels 2009, onder 9.2.3.
Beginselen kennen geen vaste onderlinge ordening.1 Afhankelijk van de omstandigheden kan in het ene specifieke geval het ene beginsel voorrang krijgen en in een andere situatie het andere beginsel. Daarmee hebben rechtsvormers en rechtstoepassers echter niet volledig de vrije hand als het gaat om de toepassing van beginselen. Pauwels heeft in zijn dissertatie uitgebreid aandacht besteed aan de verhouding tussen beginselen en noemt een drietal uitgangspunten waaraan rechtsvormers en rechtstoepassers moeten voldoen bij het gebruik van beginselen.2
Het eerste uitgangspunt is dat beginselen een begingewicht hebben.3 Dit begingewicht is afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden. Daarbij kan een beginsel een verschillend begingewicht hebben, omdat sprake is van verschillende rechtsgebieden. In het strafrecht is het begingewicht van het kenbaarmakingsbeginsel groter dan in het fiscale recht. Als het voornemen bestaat een boete op te leggen in het fiscale recht is het begingewicht van het kenbaarmakingsbeginsel weer groter dan als dat niet het geval is. Welke feiten en omstandigheden van invloed kunnen zijn op het begingewicht van het kenbaarmakingsbeginsel in fiscale zaken, komt in paragraaf 6.6 aan bod. Het begingewicht van een beginsel kan wijzigen in de tijd en kan verschillen per cultuur (paragraaf 6.5.3.a). Het begingewicht neemt toe naarmate een beginsel binnen een rechtsorde concreter wordt ingevuld en naarmate een beginsel meer erkenning en waardering krijgt van de juridische autoriteiten.4 Het begingewicht van een beginsel is van belang, omdat een groter begingewicht tot gevolg heeft dat voor het beperken van dat beginsel het voldoen aan het concurrerende beginsel ook meer gewicht moet hebben (paragraaf 6.5.3.a).5
Het tweede uitgangspunt, de motiveringsplicht, houdt in dat rechtsvormers en rechtstoepassers bij het wegen van concurrerende beginselen een besluit moeten motiveren.6 Zij zullen de argumenten moeten noemen die het besluit, welk beginsel voorrang krijgt, kunnen dragen. De motivering moet duidelijk maken waarom het ene beginsel in die specifieke omstandigheden voorrang krijgt op het andere beginsel, of anders gezegd waarom het ene beginsel het andere beginsel gerechtvaardigd kan beperken. De beslissing dient logisch voort te vloeien uit de motivering.7 Deze motiveringsplicht komt in dit onderzoek terug wanneer wordt onderzocht op welke wijze het Hof van Justitie omgaat met concurrerende beginselen (paragraaf 6.5.3.a.1).
Het derde uitgangspunt ligt in het directe verlengde van het tweede uitgangspunt en wordt voor de jurisprudentie van het Hof van Justitie nog nader uitgewerkt (paragraaf 6.5.3.a.1). De rechtsvormers en de rechtstoepassers moeten de beslissing ten aanzien van welk beginsel een groter gewicht toekomt, motiveren en deze motivering moet consistent zijn.8 Als de rechtsvormers en rechtstoepassers in een bepaalde situatie tot een bepaalde beslissing komen dan zullen de rechtstoepassers en rechtsvormers in een gelijke situatie op gelijke wijze moeten beslissen met gelijke motivering. Pauwels geeft aan dat daarmee feitelijk een regel is gecreëerd voor die specifieke gelijke situaties (hierna: voorrangsregel).9 Deze voorrangsregels hebben het karakter van rechtsregels.10 Voor die specifieke situatie is de uitkomst van tevoren bekend.
Pauwels plaatst concurrerende beginselen op een continuüm (figuur 5).11 Aan de ene zijde is sprake van concurrerende beginselen in een situatie waarbij niet bekend is welke omstandigheden meewegen en hoe zwaar zij meewegen. Aan de andere zijde plaatst Pauwels concurrerende beginselen waarbij precies bekend is welke omstandigheden meewegen en hoe zwaar zij meewegen waardoor de uitkomst van de weging al vooraf bekend is (voorrangsregels). Tussen deze twee uitersten is de omstandighedencatalogus van belang. Bij de methode van de omstandighedencatalogus is al wel bekend welke omstandigheden moeten worden meegewogen bij het wegen van de concurrerende beginselen, maar het ligt nog open hoe zwaar de omstandigheden meewegen. Pauwels erkent twee varianten van de omstandighedencatalogus: de open en de gesloten omstandighedencatalogus. Bij de open omstandighedencatalogus is in ieder geval bekend welke omstandigheden moeten worden meegenomen. Deze omstandigheden kunnen van invloed zijn op het gewicht van een van de concurrerende beginselen. Bij de gesloten omstandighedencatalogus is bekend welke omstandigheden bij uitsluiting van andere omstandigheden dienen te worden meegenomen.
Figuur 5
In hoofdstuk 6 zal worden bezien welke omstandigheden een rol kunnen spelen bij het beperken van het kenbaarmakingsbeginsel in fiscale zaken en zal een omstandighedencatalogus worden opgesteld (voor de omstandighedencatalogus: zie paragraaf 6.6.4).