De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.3.2:4.8.3.2 Totstandkoming examencommissies: het hoger onderwijs als voorloper
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.3.2
4.8.3.2 Totstandkoming examencommissies: het hoger onderwijs als voorloper
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949310:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 7.12 van de Whw (Stb. 1992, 593).
Onderwijsraad 2006, p. 9.
Inspectie van het Onderwijs, Examencommissies in het hoger onderwijs. Onderzoek naar naleving van voorschriften, Inspectierapport, nr. 2002-6 en Inspectie van het onderwijs, Zicht op toetsen. Toetsing en examinering in het hoger onderwijs: de stand van zaken, Inspectierapport, nr. 2003-11.
Onderwijsraad 2006, p. 30-31.
Onderwijsraad 2006, p. 31.
Stb. 2010, 119.
Kamerstukken II 2008/09, 31 821, nr. 3, p. 28-30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De examencommissies in het voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs komen op hoofdlijnen overeen, maar zijn op verschillende wijzen tot stand gekomen. De examencommissie in het hoger onderwijs heeft model gestaan voor die in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Sinds de totstandkoming van de Whw in 1993 kent het hoger onderwijs een examencommissie die door het bevoegd gezag wordt aangesteld ten behoeve van de organisatie en coördinatie van de examens.1 Voor het afnemen van de examens dient de examencommissie examinatoren aan te wijzen.
De examencommissie zoals die in eerste instantie in de Whw was geregeld, was voornamelijk gericht op het organiseren en coördineren van examens. Dit veranderde in 2010 na kritiek van de Inspectie en de Onderwijsraad. Er was twijfel geuit over de betrouwbaarheid van de examinering.2 Uit onderzoek van de Inspectie bleek dat examencommissies zich vooral bezighielden met het afgeven van getuigschriften en vrijstellingen en het behandelen van klachten.3 Ze hielden zich weinig bezig met kwaliteitsborging en kwaliteitsbeleid omtrent de examens. Dit beeld werd gedeeld door de examencommissies, zo bleek uit een enquête van de Inspectie.
Volgens de Onderwijsraad moesten er betere kwaliteitsgaranties komen voor de examinering om het vertrouwen in de waarde van het diploma te behouden, versterken of herstellen. Ten aanzien van de examencommissie stelde de Onderwijsraad voor ten minste één deskundige van buiten de instelling te benoemen.4 Daarnaast zou de examencommissie relatief verzelfstandigd moeten worden en de taak moeten krijgen om intern toezicht te houden op de examens en hierover zowel intern als extern verantwoording af te leggen.5 Dit zou bijdragen aan het vertrouwen in de examinering. Ook zou dit belangenverstrengeling binnen de instelling tegengaan. Doordat instellingen per getuigschrift bekostigd worden, zou er een prikkel voor het bevoegd gezag zijn om zo veel mogelijk getuigschriften af te geven.
De rapporten van de Inspectie en het advies van de Onderwijsraad waren aanleiding om met de Wet versterking besturing de positie van de examencommissie te wijzigen op drie punten.6 Deze wet versterkte de onafhankelijkheid en deskundigheid van de examencommissie, verbreedde de taak van de examencommissie en verduidelijkte de verhouding tussen de instelling en de examencommissie.7 Hoewel de onafhankelijkheid van de examencommissie is versterkt, blijft het bevoegd gezag eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs, waaronder ook de examinering valt.8 Om de transparantie van het werk van de examencommissie te verzekeren is bepaald dat zij jaarlijks verslag uitbrengt van haar werkzaamheden aan het bevoegd gezag.