De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.3.7:4.8.3.7 Taken van de examencommissie
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.3.7
4.8.3.7 Taken van de examencommissie
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949563:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2.60, eerste lid, onder d, van de Wvo 2020, artikel 7.4.5a, eerste lid, onder b, van de Web en artikel 7.12 tot en met 7.12c van de Whw.
VO-Raad 2021, p. 6.
Artikel 2.60, eerste lid, van de Wvo 2020.
Artikel 2.60, tweede lid, 2.60b, eerste lid, en 2.60c, eerste lid, van de Wvo 2020.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hoofdtaak van de examencommissie is het borgen van de kwaliteit van de examens. Deze en andere taken en bevoegdheden van de examencommissie worden door de wetgever aan haar geattribueerd.1 Dit betekent dat deze taken en bevoegdheden door de wetgever direct aan de examencommissie worden opgedragen en dat andere organen deze taken en bevoegdheden niet kunnen uitoefenen. De taak om de kwaliteit van de examens te bewaken ziet in het voortgezet onderwijs specifiek op de schoolexamens, in het middelbaar beroepsonderwijs op de instellingsexamens en in het hoger onderwijs op de tentamens en het examen. De centrale examens in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs vallen dan ook niet onder de bevoegdheid van de examencommissie.
Naast de algemene taak om de kwaliteit van de examens te borgen, hebben de examencommissies verschillende andere taken. Zo hebben de examencommissies de taak om richtlijnen en aanwijzingen vast te stellen waarmee de examens worden beoordeeld.2 De examencommissie dient bindende instructies van algemene of concrete aard vast te stellen, zoals eisen die worden gesteld aan examinatoren of eisen over de eindtermen.3 De overige taken van de examencommissie verschillen per sector. In het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs heeft de examencommissie onder meer de taak om vrijstellingen te verlenen en om op te treden bij fraude.
In het voortgezet onderwijs moet de examencommissie onder meer het afsluitend karakter van het schoolexamen borgen.4 Volgens de VO-raad wordt dit gekenmerkt door het gebruik van een beperkt aantal summatieve toetsen en het ontbreken van huiswerkopdrachten, beoordelingen op basis van aanwezigheid en kleine tussentoetsen.5 Daarnaast doet de examencommissie in het voortgezet onderwijs een voorstel voor het examenreglement en het Pta, borgt zij het afsluitend karakter van het schoolexamen en vervult zij andere taken die worden opgedragen door het bevoegd gezag.6 Van het voorstel voor het examenreglement en het Pta, dat de examencommissie opstelt, mag het bevoegd gezag enkel afwijken na overleg met de examencommissie en indien hij dit motiveert.7 Zoals reeds toegelicht in § 4.8.2 worden in het Pta en het examenreglement onder meer regels gesteld over welke examenstof getoetst moet worden en over welke inhaal- en herkansingsmogelijkheden er zijn. Het is de vraag of dit eraan bijdraagt dat de examencommissie vervolgens onafhankelijk de kwaliteit van de examens kan gaan beoordelen. De afstand tussen de examencommissie en het uiteindelijk door het bevoegd gezag vastgestelde Pta en examenreglement wordt immers kleiner. Ook past het vaststellen van deze regels, zoals toegelicht in § 3.3.2 e.v., bij de inrichtingsvrijheid die in principe aan het bevoegd gezag toekomt. Om het perspectief van de examencommissie te betrekken bij het Pta en het examenreglement had er mijns inziens beter voor gekozen kunnen worden om hen te laten adviseren over voorstellen van het bevoegd gezag ten aanzien van het Pta en het examenreglement.