De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip
Einde inhoudsopgave
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/4.2.1:4.2.1 Arbeid
De arbeidsovereenkomst: een bewerkelijk begrip (MSR nr. 79) 2021/4.2.1
4.2.1 Arbeid
Documentgegevens:
S. Said, datum 13-12-2021
- Datum
13-12-2021
- Auteur
S. Said
- JCDI
JCDI:ADS583408:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie onder meer: HR 15 maart 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0173 (Jebliouzzani/Casa Migrantes) en hof ’s-Hertogenbosch 3 juni 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1622, zie tevens JAR 2014/177. Wel geldt dat dergelijke diensten anders beloond mogen worden dan ‘reguliere’ arbeidsuren, zie HvJ EG 1 december 2005, C-14/04 (Dellas); HvJ EG 11 januari 2007, C-437/05, ECLI:EU:C:2007:23 (Vorel); ktr. Maastricht 1 april 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BI0267.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het kunnen aannemen van een arbeidsovereenkomst ex artikel 7:610 BW geldt in de eerste plaats dat de werknemer zich verbindt om arbeid te verrichten. Het begrip ‘arbeid’ is in de wet niet nader omschreven, en is aldus in de rechtspraak nader tot ontwikkeling gekomen. Daaruit volgt dat dit begrip ruim moet worden uitgelegd. Zo is bijvoorbeeld niet vereist dat sprake is van een bepaalde mate van activiteit: van arbeid in de zin van artikel 7:610 BW kan reeds gesproken worden wanneer sprake is van een aanwezigheidsplicht, bijvoorbeeld in het kader van een waak- of slaapdienst.1 Hoewel het begrip ‘arbeid’ een ruim bereik kent, moet wel aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan om van arbeid in de zin van artikel 7:610 BW te kunnen spreken. Zo dient sprake te zijn van een productieve arbeidsprestatie (paragraaf 4.2.1.1) en geldt op grond van artikel 7:659 BW dat arbeid als bedoeld in artikel 7:610 BW in beginsel persoonlijk dient te worden verricht (paragraaf 4.2.1.2).
4.2.1.1 Productieve arbeidsprestatie4.2.1.2 Het persoonlijk verrichten van arbeid