De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/1.6:1.6 Relevantie onderzoek
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/1.6
1.6 Relevantie onderzoek
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686156:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie nader over het belang van onderzoek naar dergelijke assumpties in zijn algemeenheid: Malsch 2019.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals de titel al aangeeft, gaat het in deze studie om een meervoudige plaatsbepaling van de paritas creditorum. De eerste plaatsbepaling heeft betrekking op de functie(s) die de paritas creditorum in het faillissementsrecht heeft. De tweede plaatsbepaling heeft betrekking op de vraag of de paritas creditorum een meta-juridische functie heeft.
Het onderzoek naar de eerste plaatsbepaling is fundamenteel van aard en draagt bij aan de theorievorming over de paritas creditorum. Een beter begrip van de paritas creditorum in het faillissementsrecht maakt het recht voorspelbaarder en draagt bij aan de rechtszekerheid.
Naast een juridisch theoretisch belang heeft het onderzoek ook een maatschappelijk belang. Dit komt met name tot uiting in de studie naar de tweede plaatsbepaling. Aan de regel van de paritas creditorum ligt de assumptie ten grondslag (zie de hiervoor aangehaalde wetsgeschiedenis waarin wordt gesproken over een “billijke verdeling”) dat in een verdelingssituatie zoals aan de orde in artikel 3:277 BW de paritas creditorum als rechtvaardig wordt gepercipieerd. Het is belangrijk om deze assumptie empirisch te onderzoeken.1 Indien uit de uit te voeren toetsing blijkt dat de assumptie juist is, kan het verontrustend worden gevonden dat er in economische zin relatief weinig van de paritas creditorum terecht komt. Dit zou voor de wetgever aanleiding kunnen zijn maatregelen te treffen (door bijvoorbeeld het aantal uitzonderingen op de hoofdregel te verminderen). Indien uit het onderzoek juist het tegendeel blijkt, kan deze bevinding een onderbouwing vormen van de stelling dat het niet verontrustend is, dat er zo weinig van de paritas creditorum terecht komt. In dat geval zou dat aanleiding kunnen zijn te onderzoeken of wellicht een andere verdelingsmaatstaf moet worden geïntroduceerd.