Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.2
2.2 Ontstaan van bestuursrechtspraak
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685341:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreid over die ontwikkeling Schueler 2019b. Van Ommeren 2021 merkt op dat de ontwikkeling van het bestuursrecht langs twee lijnen verloopt. Ten eerste is het bestuursrecht een uitvloeisel van het staatsrecht, ten tweede is het bestuursrecht ontstaan door zich los te maken van het privaatrecht, althans het privaatrechtelijke overheidshandelen.
Schlössels, Schutgens & Zijlstra 2019, p. 3.
Onder de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet Arob) werd reeds een aanzet tot eenheid gegeven doordat als uitgangspunt gold in nieuwe wetten Arob-competentie te scheppen door daarin geen zelfstandige beroepsregeling op te nemen. In art. 5 en de bijlage ex art. 6 van de Wet Arob werden echter nog altijd de nodige beschikkingen en wetten uitgesloten. Uiteindelijk versterkte de wet (naast het brengen van meer eenheid op het gebied van beroep) ‘de verbrokkeling en ondoorzichtigheid van het stelsel’, Schreuder-Vlasblom 2017, p. 28.
Het gaat dan onder andere om de toetsing van besluiten aan rechtmatigheid en doelmatigheid en de intensiteit van die toetsing.
Bij de grondwetsherziening stelde de regering een nieuw artikel voor: “De Raad van State doet uitspraak in administratieve regtzaken.” Dit artikel werd niet aangenomen.
Onafhankelijke bestuursrechtspraak is in ons land een betrekkelijk recent verschijnsel.1 Onder onafhankelijke bestuursrechtspraak versta ik een oordeel over de rechtmatigheid van appellabele besluiten door een bestuursrechter. Afgezien daarvan kan het bestuur zelf rechtsbescherming verschaffen, zowel via een bezwaar- of zienswijzeprocedure als via administratief beroep.2 Zoals opgemerkt in de literatuur, is rechtsbescherming door een bestuursorgaan geen volwaardige rechtspraak.3
Pas met de invoering van de Awb in 1994 is een algemeen stelsel van bestuursrechtspraak opgetuigd. Daarvoor was de bestuursrechtelijke rechtsbescherming sterk gefragmenteerd.4 Nog steeds bestaat een omvangrijke variatie aan speciale bestuursrechters en rechtsgangen. Ik beschrijf de ontwikkeling van de bestuursrechtspraak kort omdat daarbinnen het ontstaan van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder het vertrouwensbeginsel – heeft plaatsgevonden en verschillende visies vanuit de bestuursrechtspraak en de wetgever op de taken en toetsingsbevoegdheden5 van de bestuursrechter naar voren komen.
Tot ver in de 19e eeuw leefde de opvatting dat het aan het bestuur zelf was om te oordelen over geschillen op bestuursrechtelijk terrein. Weliswaar vond in de eerste helft van de 19e eeuw met het voorstel van de Grondwet van 18486 het idee ingang dat bestuurs(rechtelijke) geschillen wellicht ook rechtsgeschillen kunnen zijn, maar de Grondwet van 1848 bepaalde uiteindelijk niets over een onafhankelijke administratieve rechtsmacht. Wel maakte de totstandkoming van de Wet op de Raad van State in 1861 het Kroonberoep (waarbij de Kroon de aanduiding is voor de koning en minister gezamenlijk) mogelijk, een vorm van administratief beroep bij de Kroon. De daaruit volgende ‘Kroonjurisprudentie’ heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
2.2.1 De Grondwet van 1887 – Tweede Wereldoorlog2.2.2 Commissie-De Monchy en Wet BAB2.2.3 Wet Arob2.2.4 Awb 1994