Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.1.1
5.1.1 Toedeling aan een meervoudige of enkelvoudige kamer
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174154:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
In sommige gerechtsafdelingen is deze taak opgedragen aan de afdelingsvoorzitter, de teamleider of een andere ervaren rechter of stafjurist.
Van Velthoven (2007, p. 56) vermeldt in zijn rapport dat de meervoudige kamer vooral wordt ingezet bij zaken over intellectuele eigendom, overeenkomsten geneeskundige behandeling, verkeersmiddelen en vervoer, verzekeringsrecht en rechtspersonenrecht. Het geldelijk belang is volgens hem niet aanwijsbaar van invloed op de keus voor een meervoudige of enkelvoudige kamer, al worden grote vorderingen wat vaker meervoudig behandeld.
De respondenten zijn de geënquêteerde rechters (zie bijlage A).
Het belang van een zaak heeft bijvoorbeeld betrekking op de grootte van de vordering, de mate van publiciteit die een zaak met zich meebrengt of het voorliggen van principiele vragen. Met de aard van een zaak wordt gedoeld op de precieze juridische en/of feitelijke problematiek en de complexiteit van de zaak.
Ook de persoonlijke ontwikkeling van rechters kan reden zijn om een kamer samen te stellen van rechters met uiteenlopende ervaring. Zo is cynisme of afstomping van rechters voor strafrechter Nol van de Ven van de Rechtbank Oost-Brabant reden om hen in een meervoudige kamer met ‘niet-cynici’ te plaatsen, waardoor hun houding kan verbeteren (Van Kleef & Van Kleef 2011, p. 54).
HR 22 juni 2018, JBPR 2019/2 (FNV/Timber c.s.), m.nt. G. van Rijssen.
Zie onder meer HR 31 oktober 2014, JIN 2014, 225 (Verhoeven c.s./Staat).
In de meeste civiele afdelingen van de rechtbank verloopt de zaakstoedeling als volgt. Nadat partijen conclusies hebben gewisseld, wijst de rolrechter een civiele zaak in de regel toe aan een enkelvoudige kamer: de zaaksrechter.1 Dat is anders in geval van typen zaken die in beginsel meervoudig worden behandeld, zoals onteigeningen, ruilverkavelingen, zaken betreffende de Rijkswet op het Nederlanderschap en beroepen op het gebied van insolventie tegen beslissingen van rechters-commissarissen. Bij de eerste twee soorten is de rechtbank hoogste feitelijke instantie. Geschillen over beroepsaansprakelijkheid, smartengeld en intellectuele eigendom komen soms bij de meervoudige kamer terecht.2 In deze gevallen deelt de rolrechter de zaak toe aan een meervoudige kamer.
Meervoudige behandeling betekent echter niet dat een meervoudige kamer ook voltallig aan de mondelinge behandeling deelneemt. Als de rolrechter een zaak voor meervoudige behandeling selecteert, wordt meestal een rechter-commissaris aangewezen die als unus de comparitie zal leiden (zie paragraaf 4.3.5). Een omvangrijk financieel belang – volgens de respondenten gaat het dan om bedragen vanaf honderdduzieizend euro – is in de regel reden om meervoudig vonnis te wijzen, maar niet per se om meervoudig te compareren.3 Bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om wel meervoudig te zitten en dus meervoudig vonnis te wijzen: denk aan zeer complexe zaken of zaken met grote media-aandacht. Als complex worden beschouwd bijvoorbeeld verdeling van omvangrijke nalatenschappen, ingewikkelde vorderingen van beleggers en sommige zaken over letselschade.
Vaak wordt de definitieve beslissing over meervoudige of enkelvoudige afdoening pas na de comparitie genomen, omdat dan in volle omvang duidelijk is wat het belang of de aard van de zaak is.4 In dat geval beslist gewoonlijk de zaaksrechter in overleg met de teamleider of rolrechter of de zaak meervoudig dan wel enkelvoudig wordt afgedaan. Als de keus op meervoudige behandeling valt, dan stelt de teamleider of rolrechter in overleg met de zaaksrechter daartoe een meervoudige kamer samen. De zaaksrechter kan beargumenteerd een voorstel doen om bepaalde collega’s zitting te laten nemen in de meervoudige kamer. De motieven om bepaalde rechters bij elkaar in een combinatie te zetten, lopen zeer uiteen. Deze gronden zijn vaak inhoudelijk (ervaring en specialisme) en praktisch (beschikbare tijd), maar ze kunnen ook organisatiedoelen dienen. Jonge rechters kunnen ervaring opdoen in een meervoudige kamer.5
Overigens is het legitiem te vragen hoe de praktijk dat in meervoudige zaken meestal een rechter-commissaris als unus de mondelinge behandeling leidt zich verhoudt tot het onmiddellijkheidsbeginsel.6 Dit beginsel brengt immers mee dat bewijslevering moet plaatsvinden ten overstaan van de rechter in tegenwoordigheid van partijen. De afgelopen eeuw is het beginsel weliswaar steeds minder letterlijk genomen, maar de laatste jaren is in civiele rechtspraak een duidelijke ontwikkeling waar te nemen gebaseerd op de eis dat dezelfde rechter(s) de zaak in al haar facetten blijven behandelen. Slechts onder strikte door de Hoge Raad gestelde voorwaarden mag in een meervoudige zaak enkelvoudig zitting worden gehouden.7