Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/3.3.3.0
3.3.3.0 Introductie
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS301645:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Klaassen 1991, p. 84-85, 112, 147; Tjittes 1995, p. 274, 276; Sterk 1994, p. 262; Schoonbrood- Wessels 1991, p. 792. Meer recent zijn Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV 2015/213, 229-230, 232, 238-239 en 256; Spier e.a. 2015/130; Bauw 2015/12, 25 en 64; Verheij 2015, p. 121-122.
Zie nader over het bedrijfsbegrip van art. 6:181hoofdstuk 6.
Zie Rb. Groningen 5 september 2007, JA2007/167 (Discotheek Bermuda); Hof Arnhem 6 januari 2004,NJF 2004/285 (Paard Muchet); Rb. Maastricht 12 november 2003, ECLI:NL:RBMAA:2003:AN8406 (X/MASH); Rb. Arnhem 20 april 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3915 (Beleren paard); Rb. Den Bosch 13 juli 2011, JA 2011/164 (Val van steiger); Rb. Utrecht 16 januari 2008, JA 2008/38 (Ontbreken traptrede); Rb. Utrecht 20 oktober 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BO1670 (Gebrekkige kade); Rb. Arnhem 27 augustus 2010,ECLI:NL:RBARN:2010:BN6044 (Brandgevaarlijk bedrijfspand); Rb. Maastricht 26 september 2007,JA 2007/178 (Omgevallen hoogspanningsmast). Enkel anders is Rb. Amsterdam 16 mei 2007, JA 2007/107, m.nt. Kolder (Valraam ziekenhuis), waarin ex art. 6:174 jo. 181 wel van cumulatieve aansprakelijkheid van de bezitter én bedrijfsmatige gebruiker werd uitgegaan.
In de literatuur over art. 6:181 is van meet af aan aangenomen dat wanneer de in art. 6:173, 174 en 179 bedoelde zaken in de uitoefening van een bedrijf worden gebruikt, de kwalitatieve aansprakelijkheid niet (meer) op de bezitter rust maar op de bedrijfsmatige gebruiker.1 Daarbij werd veelal verwezen naar de in de wetsgeschiedenis omschreven strekking van art. 6:181, kort gezegd het in het belang van zowel benadeelden als potentieel aansprakelijken bewerkstelligen dat ter zake van dezelfde schadeveroorzakende gebeurtenis steeds één duidelijk aanwijsbare persoon kwalitatief aansprakelijk is. Ook in de feitenrechtspraak werd direct aangenomen dat binnen het stelsel van art. 6:173, 174, 179 en 181 steeds óf de bezitter óf de bedrijfsmatige gebruiker aansprakelijkheid is. Als voorbeeld valt Hof Den Haag 15 juli 2003, VR 2004/107 (TU Eindhoven/Donders) te noemen, waarin een aankomend studente deelnam aan een introductie georganiseerd door de Technische Universiteit Eindhoven (TUE). Het touw van de daartoe door de TUE gebruikte ‘trust-rope’-installatie (een behendigheidsoefening) bleek gebrekkig ex art. 6:173. Nadat het hof de TUE als ‘bedrijfsmatige gebruiker’ van het touw had aangemerkt,2 werd omtrent art. 6:181 overwogen:
‘In artikel 6:181 lid 1 BW is onder meer bepaald dat indien de gebrekkige zaak wordt gebruikt in de uitoefening van een bedrijf, de aansprakelijkheid uit artikel 6:173 lid 1 BW rust op degene die dit bedrijf uitoefent; de aansprakelijkheid rust in dat geval dus niet op de bezitter van de gebrekkige zaak.’ (curs. AK)
Deze opvatting werd gehuldigd in diverse andere over art. 6:181 verschenen lagere rechtspraak.3