De rol van de paritas creditorum bij een faillissement
Einde inhoudsopgave
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/8.1:8.1 Beantwoording centrale vraag
De rol van de paritas creditorum bij een faillissement 2023/8.1
8.1 Beantwoording centrale vraag
Documentgegevens:
mr. M.J. Noteboom, datum 31-05-2022
- Datum
31-05-2022
- Auteur
mr. M.J. Noteboom
- JCDI
JCDI:ADS686169:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie nader hierover paragraaf 1.2.
Vgl. Van Dijck, Snel & Van Golen 2018, p. 91-92.
Ter vergelijking een voorbeeld: als de meeste bewoners van een land de doodstraf als een rechtvaardige straf percipiëren, betekent dit nog niet dat de doodstraf op grond van dit enkele feit gecodificeerd moet worden. Pas na een nadere juridisch normatieve beoordeling dient een beslissing te worden genomen over de vraag of al dan niet codificatie moet plaatsvinden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk is gebleken dat bij een verdeling in het kader van een faillissementssituatie een pro ratoverdeling met stip de hoogste waargenomen distributieve rechtvaardigheid oplevert. Een verdeling op grond van de in artikel 3:277 BW neergelegde verdelingsregel van de paritas creditorum heeft derhalve een meta-juridische functie.
Dit betekent dat thans kan worden vastgesteld dat de paritas creditorum bestaansrecht heeft, ondanks het feit dat er van deze regel relatief weinig terecht komt. Dit bestaansrecht ligt in het feit dat deze regel een meta-juridische functie heeft (en meer specifiek: in het feit dat de regel in sterke mate als rechtvaardig wordt gepercipieerd). Het kenmerk van morele regels is immers dat deze bestaansrecht hebben los van de economische betekenis.1
Ter onderbouwing van de stelling wordt nog op het volgende gewezen. In zijn algemeenheid kan niet gesteld worden dat een regel die in sterke mate als rechtvaardig wordt gepercipieerd vanwege dit enkele feit bestaansrecht heeft binnen het juridische domein. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de empirische gegevens die het uit te voeren psychologisch onderzoek oplevert, en juridisch normatieve oordelen over de noodzaak om een regel in het wet te handhaven.2 Als de meeste mensen de paritas creditorum zouden kwalificeren als meest rechtvaardige verdelingsregel, wil dit enkele feit nog niet zeggen dat de juridische noodzaak hiermee gegeven is.3 Een nadere normatief juridische beoordeling moet plaatsvinden. In het geval van de paritas creditorum geldt in het kader van deze normatief juridische beoordeling het volgende. Bij een verdeling van de netto-opbrengst in het kader van een faillissement zijn verdelingsregels nodig. Deze regels dienen uitsluitend privaatrechtelijke belangen (en wel meer specifiek de private belangen van schuldeisers die te vorderen hebben van de schuldenaar). Een in dit verband te formuleren hoofdverdelingsregel hoeft tegen deze achtergrond uitsluitend te voldoen aan de eis dat een dergelijke regel in sterke mate als rechtvaardig wordt gepercipieerd. Aan deze eis wordt in het geval van de paritas creditorum voldaan, zodat de conclusie kan worden getrokken dat de regel bestaansrecht heeft