Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.1:2.3.1 Strafbare feiten
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.3.1
2.3.1 Strafbare feiten
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859249:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In tegenstelling tot artikel 4:3 lid 1 sub a BW zijn de delicten die vallen onder deze onwaardigheidsgrond niet gecentreerd in een titel in het Wetboek van Strafrecht. Is de gemeenschappelijke deler bij lid 1 sub a BW dat het misdrijven zijn die tegen het leven zijn gericht, bij lid 1 sub b BW gaat het om een grote verscheidenheid aan delicten. De verbindende factor bij deze strafbare feiten is de strafbedreiging. Het moet gaan om misdrijven waarop een vrijheidsstraf is gesteld met een maximum van ten minste vier jaren.
In de parlementaire geschiedenis zijn opzettelijke brandstichting (art. 157 Sr), diefstal (art. 310 Sr), afpersing (art. 317 Sr) en mishandeling, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbende (art. 300 lid 2 Sr) als voorbeelden genoemd.1 Eenvoudige mishandeling (art. 300 lid 1 Sr) komt in deze opsomming niet voor. De reden hiervoor is dat de strafbedreiging bij dit delict lager is dan de vereiste vier jaren vrijheidsstraf. Gaat het om eenvoudige mishandeling, maar is een van de strafverzwarende omstandigheden uit artikel 304 Sr aan de orde (bijvoorbeeld mishandeling begaan tegen zijn vader, moeder of echtgenoot), dan wordt de grens van vier jaren wel gehaald.
Naast de hiervoor genoemde misdrijven, kan verder gedacht worden aan de zwaardere varianten van computervredebreuk (art. 138ab lid 2 en 3 Sr), openlijke geweldpleging (art. 141 Sr), verkrachting (art. 242 Sr),2 de zwaardere varianten van bedreiging (art. 285 lid 2 e.v. Sr), afdreiging (art. 318 Sr) en oplichting (art. 326 Sr).
Ook de delicten die vallen onder artikel 4:3 lid 1 sub a BW ((kinder)moord, (kinder)doodslag en levensbeëindiging op verzoek) voldoen aan de vereiste strafbedreiging van een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste vier jaren.3
2.3.1.1 Opzettelijk misdrijf2.3.1.2 Concreet opgelegde straf niet van belang