Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.5.3
5.5.3 Kosten
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193711:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 4.6.
Art. 10 lid 2 sub b Icbe-Verordening 583/2010. Hoe dit getal berekend dient te worden is verder uitgewerkt door CESR in aparte richtsnoeren (CESR/10-674).
Dat is in ieder geval verplicht in de ebi (art. 10 lid 2 sub a Icbe-Verordening 583/2010).
ESMA, 50 -158 -1567, sheet 3.
ESMA, 50 -158 -1567, sheet 3.
Zie ook Van Praag (2017b), paragraaf 1 en De Jager (2018).
In art. 46 Icbe-Richtlijn is bepaald dat de juridische, administratieve of advieskosten die gemaakt worden in verband met de voorbereiding van een fusie niet in rekening worden gebracht bij de fuserende icbe’s. In de richtsnoeren betreffende ETF's en andere kwesties in verband met icbe’s heeft ESMA bepaald dat alle inkomsten die voortkomen uit technieken voor goed portefeuillebeheer, verrekend met directe en indirecte operationele kosten, aan de icbe moeten worden overgedragen (ESMA/2014/937 punt 29).
Al heeft ESMA recent een consultatiepaper uitgebracht met mogelijke vereisten ten aanzien van prestatievergoedingen (ESMA34-39-881).
Zie paragraaf 3.2.3.
IOSCO, Good Practice for Fees and Expenses of Collective Investment Schemes, FR09/16.
ESMA50 -158 -1567, sheet 5-9, ESMA, Europese Commissie, Distribution systems of retail investment products across the European Union final report, chapter 4, 2018, AMF, Fees charged in 2015 by UCITS distributed in France, februari 2018.
Central Bank of Ireland, Regulatory requirements & guidance UCITS Performance Fees, 5 oktober 2015.
ESMA34-45-704 p. 9. Recent heeft ESMA een consultatiepaper uitgebracht over prestatievergoedingen (ESMA34-39-881).
De beheerder krijgt doorgaans een vergoeding voor het beheer van een icbe. De kosten van een beleggingsinstelling zijn van belang voor deelnemers omdat deze invloed hebben op het rendement van een beleggingsinstelling.
Aan kosten is opvallend weinig aandacht besteed in de icbe-regelgeving. Lidstaten mogen de vergoedingen en uitgaven die ten laste van het vermogen van de icbe komen definiëren, maar geen van de onderzochte lidstaten heeft dat gedaan.
In de icbe-regelgeving is vooral ingezet op transparantie van kosten en niet op regulering van de hoogte van kosten. Alle mogelijke kostencomponenten dienen in de fondsdocumentatie van de icbe opgenomen te worden.1 Kosten moeten eveneens transparant worden gemaakt in het prospectus, de ebi en in het jaarverslag.2 Ook dient er één bedrag te worden gepubliceerd dat de totale kosten samenvat; de lopende kosten.3 De wetgever heeft dus met name ingezet op transparantie. Daarbij is de verplichting tot het publiceren van één bedrag met daarin alle lopende kosten een mooie methode om de vergelijkbaarheid tussen icbe’s te doen toenemen. Echter: dit werkt slechts ten dele. De ‘lopende kosten’ worden doorgaans samen met de maximale in- en uitstapvergoedingen gepubliceerd.4 Deze maximale kosten, die veelal niet feitelijk in rekening worden gebracht, zijn echter vaak zo hoog dat dit een juiste vergelijking in de weg staat.5 Ook wordt in de praktijk vaak slechts gerefereerd aan onderdelen van de lopende kosten zoals de beheervergoeding.6 Dit sluit een goede vergelijking van kosten uit daar de overige kosten door elke beheerder anders kunnen worden gedefinieerd. De praktijk laat zich kennelijk moeilijk sturen. Tot slot kan men zich afvragen of transparantie wel een juiste maatregel in dit kader is. Niet-professionele deelnemers zijn niet altijd geïnteresseerd in de kosten of hebben te weinig kennis om het belang van kosten op waarde te kunnen schatten.7
Enkele aanvullende regels ten aanzien van kosten gaan verder dan transparantie. Zo is voorgeschreven dat sommige kosten in het geval van een fusie voor rekening van de beheerder moeten komen en zijn er regels over de kosten van technieken voor efficiënt portefeuillebeheer opgesteld.8 Ook zijn enkele regels over provisies opgesteld, zie hierover de volgende paragraaf. Voor de rest is in de icbe-regelgeving niets bepaald over kosten. Er is geen maximum opgesteld, niets bepaald over de relatie tussen kosten en verwachte opbrengsten, en over prestatievergoedingen.9
Uiteraard dient in het belang van de deelnemers gehandeld te worden en kunnen uit een dergelijke open norm ook gevolgtrekkingen volgen voor de hoogte en de aard van in rekening gebrachte kosten. Dit blijft echter weinig concreet. Een norm over de hoogte van kosten zoals de excessive fee-bepaling in Amerika voor mutual funds ontbreekt in de icbe-regelgeving.10 Datzelfde geldt voor bepalingen over de typen kosten die in rekening gebracht mogen worden en over hoe ze moeten worden berekend.
Dit is opvallend omdat hoge kosten onderdeel waren van de misstanden die in hoofdstuk 3 beschreven zijn en een reden waren om toezichtregelgeving op te zetten. Ook IOSCO heeft enkele rapporten naar buiten gebracht over kosten. Het meeste recente komt uit 2016 en kent 23 good practices voor de kosten van beleggingsinstellingen.11 De belangrijkste aanbevelingen die in icbe-regelgeving ontbreken, zijn:
De wetgever moet duidelijk maken welke kosten wel en welke kosten niet ten laste van de activa van de beleggingsinstelling mogen komen.
De wetgever moet voorwaarden opstellen voor het gebruik van performance fees, zowel ten aanzien van de berekeningsmethode van de prestatievergoedingen als de transparantie ervan. IOSCO heeft zelf uitgebreide voorwaarden opgesteld waaraan een prestatievergoeding moet voldoen.
Het gebruik van electronische media om deelnemers te informeren over kosten moet worden aangemoedigd.
Er moet duidelijkheid worden geschapen over transactiekosten en wat er wel en niet onder valt.
Zogenoemde soft commissions kunnen aanleiding geven tot belangenconflicten. Ze zouden dan ook moeten worden verboden of de risico’s ervan zouden moeten worden gemitigeerd door er transparant over te zijn. Dergelijke provisies zijn als gevolg van MiFID II niet meer toegestaan. Dit geldt echter (nog) niet voor icbe’s, zie ook paragraaf 5.5.4.
Als de kosten van een beleggingsinstelling materieel gewijzigd worden, dient aan bepaalde voorwaarden te worden voldaan, zoals voorafgaande goedkeuring van de toezichthouder en een notice period voor deelnemers.
Europese toezichthouders hebben de laatste jaren enkele rapporten naar buiten gebracht over de kosten van icbe’s.12 Deze rapporten laten geen onverdeeld positief beeld zien. Zo blijkt uit de rapporten onder andere dat de kosten van icbe’s al jaren hoger zijn dan die van Amerikaanse mutual funds. Het ontbreken van bepalingen over kosten is een lacune in de regelgeving die de regelgever snel moet dichten.
Ierland heeft bepalingen opgenomen over de berekening van performance fees.13 Daarin volgt Ierland de aanbevelingen van IOSCO. Ook ESMA lijkt zich in toenemende mate bewust van deze lacune en heeft aangegeven binnenkort met regels inzake prestatievergoedingen te komen om het toezicht hierop te harmoniseren.14