Einde inhoudsopgave
Instellingen voor collectieve belegging in effecten (O&R nr. 119) 2020/5.5.4
5.5.4 Provisies
mr. drs. J.E. de Klerk, datum 01-02-2020
- Datum
01-02-2020
- Auteur
mr. drs. J.E. de Klerk
- JCDI
JCDI:ADS193603:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 14 lid 1 sub a en b Icbe-Richtlijn.
Art. 29 lid 1 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43. Voor abi-beheerders is eenzelfde bepaling opgesteld (art. 24 AIFM-Verordening). Vgl. Busch en Van Setten (2014), p. 46 en 47 en Grundmann-van de Krol (2016), p. 196-198 en p. 324-326. Beide bepalingen zijn gekopieerd van art. 26 Richtlijn 2006/73/EG. Zie ook Verwilst (2008) en Broekhuizen (2009) paragraaf 7.5.2.
Art. 29 lid 1 Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43 gaat expliciet over het ontvangen of betalen van een vergoeding ten behoeve van een icbe.
Dit is expliciet bepaald in art. 1 lid 1 MiFID II Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593, maar volgt ook uit art. 6 lid 4Icbe-Richtlijn, Art. 24 lid 1 MiFID II en art.13 MiFID II Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593.
Zo mag een beleggingsonderneming in het kader van de dienst individueel vermogensbeheer vermogensbeheerder met betrekking tot de dienstverlening aan cliënten helemaal geen provisies aanvaarden en behouden die worden betaald door een derde. Kleine, niet-geldelijke tegemoetkomingen die de kwaliteit van de aan de cliënt geboden dienst kunnen verhogen en van zodanige omvang en aard zijn dat zij niet kunnen worden geacht afbreuk te doen aan de plicht van de beleggingsonderneming om te handelen in het belang van de cliënt, moeten duidelijk bekend worden gemaakt en zijn van dit verbod uitgesloten (art. 12 lid 1 MiFID II Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593). Zie Busch (2015a) paragraaf 4.10.1.
Art. 29 lid 1 aanhef en sub c Icbe-Uitvoeringsrichtlijn 2010/43.
Zie over soft commissies ook Van Setten (1999) en Dankers (2016).
Uiteraard alleen voor zover dit geen afbreuk deed aan de optimale orderuitvoeringsverplichtingen. Zie paragraaf 5.5.5.
CESR heeft hier richtsnoeren over opgesteld in het kader van de implementatie van MiFID I, maar die maken het niet veel duidelijker. Zie daarover CESR Recommendations ‘Inducements under MiFID’, mei 2007, CESR/07-228b. Zie daarover ook Verwilst (2008), p. 14 en 15.
Art. 11, 12 en 13 MiFID II Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593. Zie hierover ook Busch (2015a), paragraaf 4.10 en Dankers (2016).
Art. 13 MiFID II Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2017/593.
ESMA/2014/1569, p. 2.15.
CESR/10-295 p. 3.
Zoals reeds beschreven moeten beheermaatschappen zich op loyale, billijke en professionele wijze inzetten voor de belangen van de deelnemer.1 De regelgever stelt dat een beheerder dit niet doet als hij een andere vergoeding of provisie (al dan niet geldelijk) betaalt of ontvangt voor het verrichten van activiteiten die verband houden met het beheer van beleggingen en administratie dan:2
een vergoeding of provisie betaald door of verschaft aan de icbe of een persoon die handelt namens de icbe;
een vergoeding of provisie betaald door of verschaft aan een derde, wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Er is voorafgaande transparantie verschaft door de icbe.
De betaling of verschaffing moet de kwaliteit van de dienst ten goede komen.
De betaling of verschaffing moet geen afbreuk doen aan de plicht van de beheerder om zich in te zetten voor de belangen van de icbe;
passende vergoedingen die de verrichting van de desbetreffende dienst mogelijk maken of daarvoor noodzakelijk zijn en die van nature niet kunnen botsen met de plicht van de beheerder om zich op loyale, billijke en professionele wijze in te zetten voor de belangen van de icbe.
Deze provisieregels hebben een beperkte reikwijdte. Allereerst gelden deze regels uitsluitend ten aanzien van het beheer van icbe’s.3 Als een beheerder de dienst individueel vermogensbeheer verleent, gelden deze vereisten dus niet. Dat is wat mij betreft een juiste keuze van de wetgever. Beheerders die de dienst individueel vermogensbeheer verlenen, moeten reeds aan de verplichtingen uit hoofde van MiFID II voldoen ten aanzien van provisies.4 Als zij ook aan de verplichtingen uit de UitvoeringsRichtlijn 2010/43 hadden moeten voldoen, was er onduidelijkheid ontstaan over het van toepassing zijnde raamwerk. Dat is zeker relevant omdat een aantal verschillen zijn ontstaan als gevolg van de inwerkingtreding van MiFID II.5
De provisieregels slaan ook niet op betalingen van de icbe aan de beheerder. Ze hebben dus geen impact op de kosten die door de beheerder bij de icbe in rekening kunnen worden gebracht. Deze regels hebben uitsluitend betrekking op betalingen van de beheerder aan een derde en op betalingen van een derde aan de beheerder. De betalingen lijken echter ook niet te zien op vergoedingen die betaald of ontvangen worden voor distributie van deelnemingsrechten. Zoals in paragraaf 5.3.1 is beschreven, heeft een beheerder drie taken: beheer van beleggingen, administratie en verhandeling. Conform artikel 29 lid 1 Icbe UitvoeringsRichtlijn 2010/43 geldt het provisieverbod uitsluitend voor taken die verband houden met het beheer van beleggingen en administratie. Distributievergoedingen zullen doorgaans vergoedingen zijn die voortvloeien uit de taak verhandeling. Deze taak is niet opgenomen in het artikel. Waarom die taak niet is opgenomen, is niet toegelicht. In de AIFM-Verordening is de reikwijdte van het artikel niet beperkt tot een of meer taken, maar beslaat het verbod betalingen die verband houden met alle taken.6
Het gaat ook niet om bewaarloon, afwikkelingskosten, juridische kosten, wettelijke heffingen of beursvergoedingen zolang ze ‘passend’ zijn omdat deze vergoedingen noodzakelijk zijn om het beheer mogelijk te maken en geen afbreuk doen aan de plicht van de beheerder om zich in te zetten voor de belangen van de deelnemer.7
Vergoedingen die er wel onder vallen zijn bijvoorbeeld soft commissions.8 Als een beheerder een transactie verricht in het kader van het beheer van een icbe, betaalt hij hier kosten voor aan een derde partij, de broker. De kosten komen ten laste van de icbe. Het was lange tijd usance dat de beheerder in ruil voor de keuze voor een bepaalde broker hier beleggingsonderzoek of een tegoed om beleggingsonderzoek te kopen voor terugkreeg van de broker.9 Dit worden soft commissies genoemd. Deze soft commissies zijn provisies die onder de reikwijdte van dit artikel vallen.
Dat betekent dat de beheerder transparant dient te zijn over deze vergoedingen. Ook dient de vergoeding de kwaliteit van een dienst ten goede te komen. Daar kan sprake van zijn als de beleggingsresearch gebruikt wordt in het kader van het beheer van beleggingen. Het is lastiger om te bepalen wanneer de vergoeding afbreuk doet aan de plicht van de beheerder om zich in te zetten voor de belangen van de icbe.10 De betalingen zijn in ieder geval gemeengoed.
Zoals eerder aangegeven is in de Icbe-Richtlijn aansluiting gezocht bij een vergelijkbaar artikel in MiFID.11 Bij de herziening van MiFID speelde een discussie over de effectiviteit en wenselijkheid van het provisieartikel. Om de bescherming van beleggers te bevorderen is ervoor gekozen om de mogelijkheden om provisies te ontvangen verder te beperken.12 Ten aanzien van de MiFID II-Uitvoeringsverordening heeft de Commissie strenge criteria opgesteld om te bepalen of een provisie de kwaliteit van een dienst ten goede komt.13 Bovendien zijn er specifieke bepalingen opgesteld over het ontvangen van beleggingsonderzoek.14 ESMA, die hierover een technisch advies aan de Commissie heeft uitgebracht, adviseert de Commissie eveneens om vergelijkbare normen op te nemen voor icbe’s (en abi’s).15 Vooralsnog is dit niet gebeurd. Dit is echter wel wenselijk, ten eerste om consistentie tussen de Richtlijnen te bewerkstelligen. Ten aanzien van provisies zou er geen verschillende norm mogen zijn voor individueel en collectief vermogensbeheer. Daarnaast is de huidige verplichting dermate vaag dat het voor weinig verandering in de markt heeft gezorgd.16 Kennelijk is, gegeven de herziening van de vergelijkbare MiFID-bepaling en de motivatie hiervoor, het gewenste gedrag nog niet bereikt.
De lidstaten hebben deze vereisten Richtlijnconform geïmplementeerd; mij is geen nadere uitwerking van de verplichtingen bekend.17