Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/7.3.3.a
7.3.3.a Juridische stellingen die hout snijden
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362938:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld: HR 9 oktober 2015, nr. 13/01275, NTFR 2015/2714, r.o. 2.3.3.
HvJ 21 september 2000, zaak C-462/98 P, (Mediocurso), punt 45.
Conclusie van A-G Ettema van 12 juli 2017 bij HR nr. 16/02793, NTFR 2017/2191, onder 5.32.
Conclusie van A-G Ettema van 12 juli 2017 bij HR nr. 16/02793, NTFR 2017/2191, onder 1.7 en 5.32 e.v.; Beune en Beune 2019; Mezouar en Gomes Vale Viga 2021, onder 3.2.5: Mezouar en Gomes Vale Viga geven aan dat om te kunnen voldoen aan het ‘andere afloop’-criterium een juridische stelling niet van enige realiteit ontbloot mag zijn en dat dat niet altijd het geval is bij een pleitbaar standpunt, zodat zij tot de conclusie komen dat het enkele feit dat een standpunt pleitbaar is nog niet maakt dat daarmee voldaan is aan het ‘andere afloop’-criterium.
De eerste categorie omstandigheden die volgens de Hoge Raad voldoen aan het ‘andere afloop’-criterium, zijn zaken waarbij de belanghebbende juridische stellingen had kunnen aandragen die hout snijden.1 Deze categorie sluit aan bij de Mediocurso-zaak van het Hof van Justitie.2 De Hoge Raad legt niet uit wat ‘hout snijden’ concreet inhoudt. Uit deze zinssnede volgt wel duidelijk dat stellingen die van elke realiteit ontbloot zijn, die op geen enkele wijze steun vinden in het recht, hier niet onder vallen.3 Een pleitbaar standpunt zou genoeg kunnen zijn.4