Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/9.2.1:9.2.1 Casus I: De afgebrande woning
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/9.2.1
9.2.1 Casus I: De afgebrande woning
1
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685378:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ontleend aan Rb. Rotterdam 21 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1727 en Hof Den Haag 8 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1629.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een te koop staande woning brandt af. De eigenaar van de woning is een architect en zijn bouwkundige advies- en ontwerpbureau was in zijn woning gevestigd. Hij wil de woning herbouwen. De gemeente Zwijndrecht verstrekt hem informatie over de reguliere bouwmogelijkheden volgens het bestemmingsplan en deelt mee dat hij zijn woning volgens het bestemmingsplan geheel kan herbouwen. De eigenaar dient tien maanden daarna een principeverzoek in voor zijn bouwplan voor een nieuwe woning ter ‘toetsing bestemmingsplan, stedenbouw en welstand’.
Vlak na dat principeverzoek stuurt de gemeente een brief dat een vrijstellingsprocedure op grond van artikel 19 WRO (oud) moet worden doorlopen, omdat het bouwplan afwijkt van het bestemmingsplan. De eigenaar is het daar niet mee eens en zoekt contact met de gemeente. Hij dient tevens een gewijzigd bouwplan in ter beoordeling van de welstand. De gemeente schrijft de eigenaar daarop (ten onrechte) dat voor dit voorgenomen gewijzigde bouwplan een vrijstellingsprocedure niet noodzakelijk is.
Vervolgens dient de eigenaar een definitieve aanvraag voor herbouw van de woning in. Een aantal maanden later meldt de gemeente hem (correct) dat bij nader inzien toch een vrijstellingsprocedure op grond van artikel 19 WRO moet worden doorlopen. Uiteindelijk doorloopt de eigenaar de vrijstellingsprocedure en verkrijgt hij een vrijstelling en bouwvergunning voor het bouwplan.
De eigenaar stelt de gemeente met succes aansprakelijk voor de ‘onjuiste mededelingen over de noodzakelijkheid van een vrijstellingsprocedure in het kader van het aanvragen van een bouwvergunning’ als gevolg waarvan hij vertragingsschade heeft geleden in de periode tussen het verstrekken van de onjuiste informatie (als gevolg waarvan hij later een aanvraag tot afwijking van het bestemmingsplan heeft gedaan dan indien hij direct juist zou zijn geïnformeerd over de toepasselijkheid van de vrijstellingsprocedure) en het uiteindelijke bericht dat een vrijstellingsprocedure moest worden doorlopen.