Voor risico van de ondernemer
Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/4.7.1:4.7.1 Unternehmenshaftung
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/4.7.1
4.7.1 Unternehmenshaftung
Documentgegevens:
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713201:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Duitse recht kent de zogeheten Organisationspflichten die op het eerste gezicht een vorm van ‘directe aansprakelijkheid’ voor de ondernemer inhouden. Voor een goed begrip van deze Organisationspflichten is het noodzaak om eerst kort stil te staan bij diverse grondslagen voor de aansprakelijkheid van ondernemers (Unternehmenshaftung). Het Bürgerliches Gesetzbuch (BGB) kent geen wettelijke regeling die specifiek is gericht op ondernemers. Wel zijn sommige algemene bepalingen ook van toepassing op ondernemers. Zo regelt het BGB in §831 BGB de aansprakelijkheid van de principaal (Geschäftsherr) voor schadeveroorzakend handelen van ondergeschikten (Verrichtungsgehilfen) (paragraaf 4.7.2). Daarnaast regelt §31 BGB de aansprakelijkheid van het Verein voor fouten van organen (paragraaf 4.7.3). De Verkehrspflichten (afgeleid uit §823 I BGB) worden in paragraaf 4.7.4 besproken. Voorts kan de ondernemer rechtstreeks aansprakelijk zijn als hij een (betrieblichen of körperlichen) Organisationspflicht schendt. Deze grondslag komt aan bod in paragraaf 4.7.5. Paragraaf 4.7.6 onderzoekt of de Organisationspflichten als vorm van direct daderschap beschouwd kunnen worden. In paragraaf 4.7.7 ga ik na of deze Organisationspflichten een inspiratie vormen voor het Nederlandse recht.