Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.5.1.3
2.5.1.3 Voorkeursrecht bij uitgifte van aandelen
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197890:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:206a BW, s.561-577 CA 2006 en (analoog aan) §186 lid 3 AktG. Zie verder uitgebreid Davies & Worthington 2016, p. 804-806.
Kamerstukken II 1978/79, 15304, nr. 3, p. 7 en p. 30-31.
O.a. Bork 2012, p. 227 en Mallon, Waisman & Schrock 2017, par. 11.37.
Dit was in de zaak Inter Access het geval. De minderheidsaandeelhouder was bereid zijn vordering om te zetten in aandelen, maar wilde wel een meerderheidsbelang verkrijgen. De meerderheidsaandeelhouder mocht niet gebruikmaken van zijn voorkeursrecht. Zie Hof Amsterdam (OK) 31 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3680, JOR 2010/60 (Inter Access).
Zie uitgebreid Worthington & Davies 2012, p. 879-890.
S.564-566 CA 2006.
S.567 e.v. CA 2006.
§186 AktG. Zie Müller 2006, p. 78-79, BeckOK GmbHG/Ziemons 2017, GmbHG § 55 Rn. 71-74 en MüKoGmbHG/Lieder 2019, GmbHG § 55 Rn. 70-72.
Grunewald 2008, p. 391.
Analoog aan §186 lid 3 AktG. Een stemmeerderheid van de algemene vergadering waarbij drie vierde van het geplaatst kapitaal is vertegenwoordigd, is daarbij vereist, tenzij het bestuur gemachtigd is om te beslissen over de aandelenuitgifte.
Michalski/Hermanns 2017, GmbHG § 55 Rn. 49.
Bij nieuw uit te geven aandelen hebben bestaande aandeelhouders in beginsel een voorkeursrecht naar evenredigheid van hun aandelen, tenzij de statuten dit uitsluiten of beperken.1 Een bestaande aandeelhouder hoeft geen zeggenschap of deelgerechtigdheid in de winst te verliezen indien hij gebruikmaakt van zijn voorkeursrecht en nieuwe aandelen koopt.2 Het is aan de aandeelhouder zelf of hij van de mogelijkheid gebruik wil maken. Bij een debt for equity swap is het de bedoeling dat de nieuw uit te geven aandelen bij de schuldeisers terechtkomen en niet (of slechts gedeeltelijk) bij de bestaande aandeelhouders.3 Schuldeisers zullen doorgaans niet een gering aandelenbelang willen verkrijgen met het oog op de aan een aandeel verbonden financiële rechten (te weten de hoogte van een dividenduitkering) en zeggenschapsrechten.4 Een uitsluiting van het voorkeursrecht is nodig zodat het aandelenbelang van de bestaande aandeelhouders verwatert, wanneer deze niet bereid zijn mee te werken.
In Nederland hebben houders van gewone aandelen geen voorkeursrecht bij de uitgifte van preferente aandelen, tenzij de statuten anders bepalen.5 Dit geldt eveneens bij de uitgifte van stemrechtloze aandelen.6 Voorts bestaat geen voorkeursrecht bij de uitgifte van aandelen aan werknemers. De algemene vergadering (of een ander aangewezen orgaan) mag het voorkeursrecht tevens beperken dan wel uitsluiten bij de uitgifte zelf.7 Een dergelijk besluit van de algemene vergadering is vereist in het kader van een debt for equity swap wanneer aandelen worden uitgegeven waarvoor het voorkeursrecht wel van toepassing is.
In Engeland bestaat een vergelijkbare regeling.8 Het voorkeursrecht bestaat niet bij de uitgifte van bonusaandelen, aandelen waarbij een inbreng anders dan in geld is overeengekomen en werknemersaandelen.9 De uitgifte van aandelen in het kader van een debt for equity swap is naar Engels recht aan te merken als een storting in geld. Daarnaast kunnen de statuten of de algemene vergadering bij besluit, het voorkeursrecht uitsluiten of beperken of bepalen dat het bestuur hierover beslist.10
In tegenstelling tot Nederland en Engeland staat het voorkeursrecht niet in de Duitse wet voor GmbH’s. De statuten kunnen hier wel in voorzien. In de Duitse literatuur en rechtspraak wordt aangenomen dat het voorkeursrecht analoog aan de regeling voor de AG ook geldt voor aandeelhouders van een GmbH, ongeacht of het voorkeursrecht is opgenomen in de statuten van de GmbH.11 De gevolgen van een aandelenuitgifte voor bestaande aandeelhouders, onder meer verwatering van aandelen, verschillen namelijk niet bij beide rechtsvormen.12 In Duitsland besluit de algemene vergadering over uitsluiting van het voorkeursrecht gelijktijdig met het besluit over de kapitaalverhoging.13 De uitsluiting moet sachlich gerechtfertigt zijn, dat wil zeggen in het belang van de vennootschap zijn en evenredig en noodzakelijk zijn gelet op het doel.14 Dit is doorgaans het geval bij een debt for equity swap in het kader van een preventieve herstructurering.