Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/4.5.2
4.5.2 ‘Rechterlijke arbitrage’
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174093:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
Dat artikel 96 Rv tot competentieperikelen kan leiden, blijkt uit de beschikking van de Rechtbank Maastricht (afdeling kanton, locatie Maastricht) d.d. 12 december 2011 en de beschikking van het Hof ’s-Hertogenbosch d.d. 14 maart 2012 (ECLI:NL:GHSHE:2012:BV8989).
Partijen kunnen er op grond van artikel 329 Rv ook voor kiezen hun zaak direct voor te leggen aan het gerechtshof dat in hoger beroep bevoegd zou zijn, als hun geschil vatbaar is voor hoger beroep bij het hof (prorogatie). Artikel 398 onder 2 Rv maakt sprongcassatie mogelijk, waarbij partijen cassatieberoep instellen tegen vonnissen die in eerste aanleg op tegenspraak zijn gewezen, indien partijen nadien zijn overeengekomen het hoger beroep over te slaan.
Rb. Utrecht 9 oktober 2009, (o.a.) ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0260. In hoger beroep heeft het gerechtshof de uitspraak in deze zaak bevestigd (Hof Amsterdam 28 september 2010, (o.a.) ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8425). Ook het vonnis van de Rechtbank Amsterdam van 4 april 2016 (ECLI:NL:RBAMS:2016:1860) is gewezen door drie kantonrechters. Zie nader over artikel 96 Rv: Ernste 2012.
Het staat procespartijen vrij de rechtbank te vragen om hun zaak in een meervoudige dan wel enkelvoudige kamer te behandelen, al is de rechtbank geenszins verplicht een dergelijk verzoek in te willigen. Veel verder reikt de invloed van partijen op de toewijzing van een zaak niet. Alleen in de procedure van artikel 96 Rv kan dat anders zijn. Volgens deze regeling kunnen partijen onder omstandigheden een civiel geschil in eerste aanleg voorleggen aan een kantonrechter van hun keuze, ook al schrijft het procesrecht behandeling door een andere rechter dan de kantonrechter voor. Deze regeling vloeit voort uit de procesautonomie van partijen. Artikel 96 Rv bepaalt:
‘In alle zaken die slechts rechtsgevolgen betreffen die ter vrije bepaling van partijen staan, kunnen zij zich samen tot een kantonrechter van hun keuze wenden en zijn beslissing inroepen. Het geding wordt gevoerd op de wijze als door de kantonrechter bepaald.’
Het toepassingsgebied van artikel 96 Rv wordt niet begrensd door de competentiegrens van 25.000 euro (zie paragraaf 4.2.1). De absolute competentie kan in de procedure van artikel 96 Rv dus worden doorbroken. Partijen kunnen in deze procedure ook afwijken van de regels van de relatieve competentie. Zij leggen hun geschil dan voor aan een kantonrechter buiten het arrondissement van de bevoegde rechtbank.1 Hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter staat in deze procedure alleen open als partijen dit uitdrukkelijk hebben voorbehouden (art. 333 Rv).2
De procedure van artikel 96 Rv kan ertoe leiden dat niet alleen een andere rechter zich over een zaak buigt, maar ook een ander aantal rechters. Zo deden in 2009 drie kantonrechters gezamenlijk uitspraak in een zaak van ABN AMRO tegen tien oud-werknemers over de hoogte van hun ontslagvergoeding. In hun meervoudig gewezen vonnis verantwoordden de kantonrechters zich als volgt voor het feit dat ze gedrieën van de zaak kennis hadden genomen:
‘Partijen hebben zich […] gezamenlijk gewend tot de kantonrechters en hun beslissing ingeroepen in het tussen partijen gerezen geschil. Op 1 juli 2009 heeft een regiezitting plaats gevonden, waarin partijen en kantonrechters afspraken hebben gemaakt over de wijze waarop het geding wordt gevoerd. Hierna is uitspraak bepaald. Op uitdrukkelijk verzoek van partijen is het geding gevoerd voor drie kantonrechters. Daarom wordt dit vonnis door hen samen gewezen.’3