Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/5.5.1
5.5.1 De Mandel-doctrine
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233760:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Voetnoten
Voetnoten
U.S. Supreme Court 29 juni 1972, 408 U.S. 753 (Kleindienst v. Mandel).
Idem, p. 762-765.
Idem, p. 769-770: ‘In summary, plenary congressional power to make policies and rules for exclusion of aliens has long been firmly established. […] Congress has delegated conditional exercise of this power to the Executive. We hold that, when the Executive exercises this power negatively on the basis of a facially legitimate and bona fide reason, the courts will neither look behind the exercise of that discretion, nor test it by balancing its justification against the First Amendment interests of those who seek personal communication with the applicant.’
Idem, p. 758-760 en 769.
De Mandel-doctrine vindt haar grondslag in de zaak Kleindienst v. Mandel uit 1972.1 Daarin ging het om een Belgische journalist en aanhanger van het Marxisme die door professoren van een Amerikaanse universiteit was uitgenodigd om een conferentie in de Verenigde Staten bij te wonen. Sympathie voor het communisme was destijds een reden om niet voor toelating in aanmerking te komen. Wel bestond er de mogelijkheid om hierop in individuele gevallen een uitzondering te maken. De verantwoordelijke minister had echter geweigerd om van die bevoegdheid gebruik te maken en de Belgische journalist een visum te verlenen. De professoren vochten deze beslissing voor de rechter aan.
Het Hooggerechtshof stelde voorop dat, hoewel buitenlandse onderdanen in beginsel geen rechten kunnen ontlenen aan de Amerikaanse Grondwet, dit wel gold voor de betrokken professoren die de Belgische journalist hadden uitgenodigd. De weigering van de minister om aan de Belgische journalist een visum toe te kennen, vormde een inbreuk op de door het Eerste Amendement gewaarborgde vrijheid van meningsuiting en het daarvan afgeleide recht om informatie te ontvangen.2
Vervolgens stelde het Hof vast dat beslissingen en maatregelen over het toelaten van buitenlandse onderdanen en vluchtelingen een politiek karakter hebben. Dit karakter maakt dat deze beslissingen en maatregelen slechts in beperkte mate aan een rechterlijke toetsing kunnen worden onderworpen. Concreet heeft de rechter zich volgens het Hof te beperken tot een beoordeling van de aan deze beslissingen of maatregelen ten grondslag gelegde redenen. Indien deze redenen op het eerste gezicht legitiem en te goeder trouw zijn, dient de rechter zich te onthouden van een verdergaande beoordeling van de eventuele andere redenen die aan een beslissing of maatregel ten grondslag liggen en van de gemaakte belangenafweging. Voor een indringendere toets is alleen plaats, indien de ter rechtvaardiging van een bepaalde beslissing of maatregel aangevoerde redenen op het eerste gezicht niet legitiem zijn of blijk geven van kwade trouw.3
Deze in 1972 geïntroduceerde Mandel-doctrine is zeer terughoudend en niet geheel onomstreden. Op basis daarvan oordeelde het Hof in Kleindienst v. Mandel dat de minister had kunnen weigeren om de Belgische journalist een visum te geven. Aan deze weigering had de minister ten grondslag gelegd dat de betrokken journalist eerder de Verenigde Staten had bezocht en toen, onder strikte voorwaarden, wel een visum had gekregen. Volgens de minister had de journalist de gestelde voorwaarden toen niet nageleefd. Het Hof oordeelde dat dit op het eerste gezicht een legitieme reden was om een visum nu te weigeren. Daarom zag het van een verdere inhoudelijke beoordeling af.4