De meerwaarde van meervoud
Einde inhoudsopgave
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.1.2.2:5.1.2.2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem
De meerwaarde van meervoud (SteR nr. 48) 2019/5.1.2.2
5.1.2.2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem
Documentgegevens:
mr. drs. R. Baas, datum 24-12-2019
- Datum
24-12-2019
- Auteur
mr. drs. R. Baas
- JCDI
JCDI:ADS174230:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Bauw, Van Dijk & Sonnemans 2013, p. 357; Valk 2007, p. 80; Askvig 2006, p. 218-221; Valk & Ter Veer 2005, p. 1985-1987.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zodra de advocaat van appellant de dagvaarding bij het hof heeft aangebracht, brengt de administratie de zaak op de rol. In dit proces krijgt de wederpartij de gelegenheid zich te stellen met een advocaat. De wederpartij beantwoordt de grieven. Vervolgens is het aan partijen om te vragen om arrest of een pleitzitting, waarin advocaten de zaak toelichten. In het hof is echter de praktijk ontwikkeld om al in een vroeg stadium in te grijpen in het proces – nog voordat partijen stukken hebben gewisseld. Stafjuristen of senior secretarissen typeren de binnengekomen zaak naar inhoud en beoordelen of deze al vroeg op zitting moet worden gebracht dan wel of doorprocederen in de rede ligt. Vervolgens voert een wekelijks wisselende raadsheer hierop een controle uit.
Het hof onderscheidt aldus drie typen behandeling: de ‘gewone’ afdoening, de pleitzitting en de selectie voor comparitie. De eerste variant, de gewone afdoening, komt erop neer dat partijen om arrest vragen zodra zij grieven en antwoorden hebben gewisseld. Daarmee is het schriftelijke proces voltooid en is er geen zitting geweest. De zaak gaat dan naar de rolraadsheer die de zaken over de teams verdeelt. De voorzitter van het team dat de zaak toebedeeld heeft gekregen ontvangt het dossier en stelt een meervoudige kamer samen die de zaak zal afdoen. Soms is het nodig een kamer samen te stellen waarin meerdere expertises aanwezig zijn. Daarvoor kunnen raadsheren uit een ander team van de afdeling of zelfs van buiten het hof ‘gehuurd’ worden.
Het tweede type behandeling is de pleitzitting. Als de rolraadsheer het verzoek van een partij om pleidooi te houden toewijst, stelt de teamleider een meervoudige kamer samen die het pleidooi voltallig aanhoort en het arrest wijst.
De derde variant is selectie voor comparitie, dus voor een hoorzitting. Anders dan bij een pleitzitting gaat het initiatief hiervoor van het hof zelf uit. Het hof kiest voor deze comparitie na aanbrengen, als het verwacht dat partijen tot een minnelijke regeling zouden kunnen komen of mediation tot een oplossing kan leiden. Ook biedt ze het hof de mogelijkheid om nadere inlichtingen in te winnen of om te bezien of een deskundigenrapport geboden is.
De rolraadsheer wijst een raadsheer aan die de comparitie gaat leiden. Daarvoor moet eerst een tussenarrest worden gewezen, waartoe nog twee raadsheren worden aangezocht. De in beginsel enkelvoudige zitting wordt geleid door een raadsheer-commissaris die deel uitmaakt van de meervoudige kamer die eventueel arrest zal wijzen. Een complicerende factor van de comparitie na aanbrengen is dat de rechtszaak formeel een aangelegenheid is van een meervoudige kamer, maar de raadsheer-commissaris een grotere invloed heeft op de procedure dan zijn twee collega’s die niet bij de comparitie zijn betrokken. Dit geldt des te meer wanneer de raadsheer-commissaris in het kader van een schikkingspoging een voorlopig oordeel geeft dat niet in een raadkameroverleg met zijn collega’s is besproken.1