De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.3.3:4.3.3 Het begrip ‘dochtermaatschappij’ (art. 2:24a BW)
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.3.3
4.3.3 Het begrip ‘dochtermaatschappij’ (art. 2:24a BW)
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS385293:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 15 (NV II). De definitie van ‘dochtermaatschappij’ vloeit voort uit artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Zevende richtlijn vennootschapsrecht (Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening, PbEG L 193).
In gelijke zin: Willemars 2011, p. 135.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:24a lid 1 BW definieert het begrip ‘dochtermaatschappij’. Een dochtermaatschappij van een rechtspersoon is (i) een rechtspersoon waarin de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering kunnen uitoefenen of (ii) een rechtspersoon waarvan de rechtspersoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen lid of aandeelhouder zijn en, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kunnen benoemen of ontslaan, ook indien alle stemgerechtigden stemmen. Indien aan een van de twee criteria is voldaan, is sprake van een dochtermaatschappij. Bij het begrip ‘dochtermaatschappij’ gaat het om zeggenschap in een rechtspersoon.1 Het begrip dochtermaatschappij speelt een rol bij de inkoop of verkrijging van aandelen (art. 2:207a en 2:207d BW) en bij de uitoefening van stemrecht op een aandeel dat toebehoort aan de vennootschap of een dochtermaatschappij (art. 2:228 lid 6 BW). Daarnaast speelt het begrip een rol in het jaarrekeningenrecht, meer in het bijzonder in het kader van de consolidatieplicht als bedoeld in art. 2:406 BW. In dat laatste geval gaat het om het opnemen van de financiële gegevens als gevolg van die zeggenschap.
Op grond van de hoofdregel van art. 2:24d lid 1 BW tellen (daarom) stemrechtloze aandelen bij de bepaling of sprake is van een dochtermaatschappij niet mee. Bij het eerste criterium ligt dat voor de hand, omdat stemrechtloze aandeelhouders immers niet stemgerechtigd zijn in de algemene vergadering. Bij het tweede criterium gaat het om het kunnen benoemen of ontslaan van bestuurders of commissarissen. Dat criterium geldt pas indien op grond van het eerste criterium niet reeds tot een dochtermaatschappij gekomen is. Geheel consistent is de hoofdregel van art. 2:24d lid 1 BW niet, omdat op grond van art. 2:242 jo. 2:244 en 2:252 jo. 2:254 BW de bevoegdheid tot benoeming en ontslaan van bestuurders en commissarissen aan de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders kan worden toegekend. Bij de benoeming van een bestuurder of commissaris door de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders geldt de beperking dat iedere aandeelhouder met stemrecht moet deelnemen aan de benoeming van ten minste een bestuurder of commissaris. Ik verwijs naar paragraaf 6.2.3.3 en 6.2.3.4 De bevoegdheid tot benoeming en ontslaan van bestuurders en commissarissen van de vergadering van stemrechtloze aandeelhouders staat aldus los van het uitoefenen van meer dan de helft van de stemrechten volgens het eerste criterium. Stel dat een BV twee aandeelhouders heeft: een BV houdt alle gewone aandelen in die BV en een andere BV houdt alle stemrechtloze aandelen in die BV. Indien de stemrechtloze aandeelhouder voornoemde bevoegdheden zijn toegekend en op grond van die bevoegdheden meer dan de helft van de bestuurders of commissarissen kan benoemen, dan is de betreffende BV zowel dochtermaatschappij van de BV die alle gewone aandelen houdt als van de BV die alle stemrechtloze aandelen houdt. Een rechtspersoon kan dus dochtermaatschappij zijn van twee of meer andere rechtspersonen.2 Vele variaties van ‘dochtermaatschappij’ zijn mogelijk, indien de benoeming van bestuurders toekomt aan diverse soorten aandelen. Daarbij komt dat de benoeming van bestuurders respectievelijk commissarissen in andere handen kan zijn.