Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/VIa
VIa Leerboeken staatsinrichting vhmo 1946-1968
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977848:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
H.J. Zijlstra & J. Mullemeister, Inleiding in de staatsinrichting van Nederland en Overzeese gebiedsdelen, Rotterdam: Nijgh, 5e geheel herz. druk, 1948.
C.J. Franssen & J. van Zwijndregt, Beknopt leerboek der Staatsinrichting van Nederland, 13e druk, Groningen: Wolters 1948. (H.M. Franssen wordt in het Voorbericht door de schrijvers dank gezegd voor zijn verleende assistentie bij de bewerking van deze druk (p. 4).
A. Feenstra 1949, 27e druk, 1949.
H.H. Riepma, Kort overzicht van de staatsinrichting van Nederland, Purmerend: Muusses 1949.
J.H.A.C. Schrijvers, Beknopt overzicht van de staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, Haarlem: Stam 1952.
P. Lantermans, Staatsinrichting in wettekst en opdrachten, incl. Grondwet, 2e druk, Zutphen: Thieme 1952.
J.P. Duyverman, Werkschrift Staatsinrichting, Groningen: Wolters 1955.
A.W. Huizer, ´Werkschrift staatsinrichting door J.P. Duyverman´, 4e druk, Groningen: Wolters 1961, VOS-M 1962, 64, p. 15-16.
A. Feenstra, herzien door M.V. Polak, 29e druk, Gorinchem: Noorduijn 1958.
S. Bartlema & M. Huizer, Nederland, een rechtsstaat, deel II, Haarlem: Stam 1960, p. 5.
De auteurs halen een uitspraak in VOS-Mededelingen (oktober 1959) aan: ´Ieder kan zich afvragen of onze vakken pre-academisch zo gedoceerd worden, dat de aan Atheneum-A toegedachte taak waarlijk propaedeuse wordt: v.w.o.´.
Curs.W. Ibid, p. 5.
F.R. Böhtlingk, De rechtsstaat Nederland, (oratie GUA): Alphen a/d Rijn: Samsom 1951.
J.P. Duyverman, Grondwet en Statuut.
J.P. Duyverman, Handvest der Verenigde Naties.
L.E. de Geer van Oudegein, Staatsinrichting, 's-Gravenhage: Bureau CHU 1960.
J.P. Duyverman, Nederlands Staatsbestel, Groningen: Wolters 1960; B.H. Schoonenberg, ´Summasummarum: geen voer voor systematici´, VOS-M 1966, 82, p. 13-14.
A. Algra & P.J. van Ginkel, Staatsinrichting van Nederland, Groningen: Wolters 1960, bevat onder meer de passages: we kennen de volgende twee staatsvormen: monarchie en republiek (p. 6); een minister zonder portefeuille is geen departementshoofd (p. 22, 7e druk).
M.L. Snijders, Het spel van staat, een politieke en staatkundige oriëntatie, Amsterdam: Scheltema & Holkema 1960.
J.A.M. van Staay, Overzicht der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, 6e herz. druk, ˈs-Hertogenbosch: Malmberg 1966.
L.J.A. de Groot, Staatsinrichting, Alphen a/d Rijn: Samsom 1967.
Zijlstra/Mullemeister, Inleiding in de staatsinrichting van Nederland en Overzeese gebiedsdelen.1
Franssen/Van Zwijndregt, Beknopt leerboek der Staatsinrichting van Nederland.2
Feenstra, De gronden der staatsinrichting van Nederland.3
Riepma, Kort overzicht van de staatsinrichting van Nederland.4
Schrijvers, Beknopt overzicht van de staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, in de serie bedrijfskunde, staatsrecht en sociale wetgeving.5
Lantermans, Staatsinrichting in wettekst en opdrachten, incl. Grondwet.6
Duyverman, Werkschrift staatsinrichting.7
Het Voorwoord bevat didactische aanwijzingen. Huizer stelt de practische bruikbaarheid vast, vooral in de derde klas. Hij oefent kritiek op Duyvermans opvattingen over de functie van de Grondwet en de ministeriële verantwoordelijkheid. Verder is er 'alle lof voor deze uitgave’.8
Feenstra, De gronden der staatsinrichting van Nederland.9
Bartlema/Huizer, Nederland, een rechtsstaat. Staatsinrichting voor scholen met uitgebreid staatsinrichtingprogramma, deel II.
De uitgave is voor hbs-a bestemd. De Verantwoording opent met leerlingen te willen doordringen van de rechtsstaatgedachte.10 Deel II wijkt qua opzet af van Deel I. Het bestaat naast de Verantwoording en de Inleiding uit XIV hoofdstukken. Statuut en Grondwet zijn bijgevoegd. De leerstof is uitgebreid. De hoofdstukken eindigen met staatsrechtliteratuur, en vragen.11 De auteurs memoreren het gebrek aan opvoeding in staatsburgerlijke zin.12 H. I is gewijd aan de beginselen van de rechtsstaat. De trias is in de Inleiding en in H. X (parlementair stelsel) beschreven. Bij vragen en opdrachten is een passage uit Böhtlingk De Rechtsstaat Nederland basistekst.13 In par. 23 H.VIII staat een hoogstandje: ‘[…] Hierbij worden amendementen ingediend. Het recht van amendement is het recht wijzigingen aan te brengen in een wetsvoorstel. Dit recht heeft behalve de Tweede Kamer ook de Verenigde Vergadering; de Eerste Kamer niet (art. 122)’ (p.95). Nederland, een rechtsstaat breekt met de sleetse eenvormigheid die (een substraat van) staatsrecht in leerboeken laat paraisseren met juridische slordigheden.
Duyverman, Grondwet en Statuut.14
Duyverman, Handvest van de Verenigde Naties.15
De Geer van Oudegein, Staatsinrichting.16
Duyverman, Nederlands Staatsbestel, voor de vierde en vijfde klas hbs-a. 17
De omvang beslaat tachtig pagina's. Er is gestuurd op een productieve verwerking van de leerstof door de leerlingen. De behandeling van de trias politica is didactisch vernieuwend.
Algra/Van Ginkel, Beknopt overzicht van de staatsinrichting van Nederland, voor de derde klas hbs […]18 Index ontbreekt. Dertig hoofdstukjes. De trias is onbesproken.
Snijders, Het spel van staat, een politieke en staatkundige oriëntatie.19
Van Staay, Overzicht der Staatsinrichting van het Koninkrijk der Nederlanden, 6e druk.20
De Groot, Staatsinrichting.21