Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.4.6.1
4.4.6.1 Inleiding
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS382886:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 83 (MvT) enKamerstukken II 2010/11, 32 426, nr. 7, p. 32 (NV II): “Tevens is in het overgangsrecht opgenomen dat tot het moment van die statutenwijziging onder certificaten waaraan bij de statuten vergaderrecht is verbonden tevens worden verstaan certificaten die voor inwerkingtreding van de wet over vergaderrecht beschikten en die in het aandeelhoudersregister zijn opgenomen. Er is dan ook geen probleem meer met de pandrechten, zoals door de vragenstellers naar voren is gebracht. De tekst van artikel 3:259 spreekt van “certificaten uitgegeven met medewerking van de uitgever van de oorspronkelijke aandelen”. Daaronder vallen dan de certificaten waarvan de houders alleen in het aandeelhoudersregister geregistreerd staan en de houders van certificaten die tevens in de statuten zijn aangewezen. Er kan dan geen sprake meer zijn van een categorie van houders van certificaten die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven, maar waaraan niet in de statuten vergaderrechten zouden zijn toegekend.” De terechte zorg van Portier 2008, p. 262, dat mogelijk geen wettelijk pandrecht ex art. 3:259 BW op de aandelen waartegenover certificaten met vergaderrecht worden uitgegeven, zou rusten, is blijkens het overgangsrecht gelukkig onterecht gebleken.
In gelijke zin: Portengen 2007, p. 948 en Nowak & Van den Ingh 2007, p. 126.
Kamerstukken II 2009/11, 32 426, nr. 3, p. 14-15 (MvT).
Kamerstukken II 2010/11, 32 426, nr. 7, p. 32 (NV II).
In de flex-BV kan bij de statuten worden bepaald dat aan houders van certificaten vergaderrecht toekomt (art. 2:227 lid 2 BW). Krachtens art. 2:194 lid 1 laatste volzin BW dienen in het aandeelhoudersregister de namen en adressen van de houders van certificaten met vergaderrecht opgenomen te worden. Eerder memoreerde ik de discussie onder het oude recht wanneer sprake is van met en zonder medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten. Wat houdt de wetswijziging voor deze certificaten in? De wetgever heeft ten tijde van de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer reeds ten aanzien van de certificaten van aandelen die met medewerking van de vennootschap zijn uitgegeven opgemerkt dat het in de rede ligt dat het vergaderrecht van certificaten die thans reeds (lees: onder het oude recht, RAW) als bewilligd in het aandeelhoudersregister zijn vermeld, wordt geëerbiedigd.1
Dat is geen sluitende redenering, omdat art. 2:194 (oud) BW niet voorziet in de mogelijkheid, althans de verplichting, tot het inschrijven van certificaathouders in het aandeelhoudersregister. Het is de vraag of inschrijving in het aandeelhoudersregister van bewilligde certificaathouders onder het oude recht veel is voorgekomen.2 Later heeft de wetgever dat beter verwoord: “Alle houders van certificaten die nu aanspraak kunnen maken op aanwezigheid bij de algemene vergadering, dienen onder de nieuwe regeling als vergadergerechtigd te worden aangemerkt.”3 Houders van – onder het oude recht – bewilligde certificaten hebben vergaderrecht en moeten bijvoorbeeld ook voor een algemene vergadering worden opgeroepen.4 Het oude recht kende echter het begrip ‘vergaderrecht’ niet. De wijziging van art. 2:227 lid 2 en 2:194 BW brengt mee dat in de statuten dat vergaderrecht aan die certificaathouders moet worden toegekend en dat die vergadergerechtigden in het aandeelhoudersregister moeten worden ingeschreven. Gebeurt dat niet, dan vallen de ‘oude’ bewilligde certificaathouders tussen wal en schip en blijft de discussie onder het oude recht wanneer sprake is van al dan niet bewilligde certificaten bestaan. Dat komt de rechtszekerheid niet ten goede. Vanwege deze achtergrond en wijzigingen is aldus overgangsrecht noodzakelijk.
Ik neem overigens aan dat de wetgever met het hiervoor aangehaalde citaat tevens bedoeld heeft te zeggen dat de bewilligde certificaathouders onder het oude recht onder het nieuwe recht het vergaderrecht mag uitoefenen, ook al zijn de statuten daartoe nog niet aangepast.
Ik maak ten aanzien van de certificaten van aandelen eerst algemene overgangsrechtelijke opmerkingen en vervolgens specifieke overgangsrechtelijke opmerkingen.