Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/2.5.4.3
2.5.4.3 Bijzondere rechtsvindingsmethoden
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS565010:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Niessen 2011, p. 8: “De rechtsvinding inzake doel en strekking is niet eenvoudig.”
Hof Arnhem 2 december 1997, gepubliceerd in BNB 2000/19, r.o. 4.9; Hof Amsterdam 18 mei 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AX2429, r.o. 5.8; Rb. Arnhem 24 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP8954; Rb. Haarlem 12 oktober 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BV3499, r.o. 4.11- 4.13; Rb. Haarlem 19 april 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BW3602, r.o. 4.11-4.13. Anders: Rb. Breda 20 november 2006, NTFR 2007/1043, r.o. 4.3.1; Rb. Zeeland-West-Brabant 8 oktober 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:6530, r.o. 4.9. Ook anders: Rb. Noord-Holland 6 november 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:11321, r.o. 4.36, maar het Hof Amsterdam heeft alsnog geconcludeerd dat het standpunt van belastingplichtige pleitbaar was en de boete vernietigd bij uitspraak van 8 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4098, r.o. 4.5.6.
Maar wel in r.o. 9.26 van de conclusie van A-G Wattel van 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897.
Juridische beslissingen en dus ook beslissingen over een belastinggeschil komen steeds tot stand door toepassing van het recht op de vastgestelde feiten. Bij toepassing van bijzondere rechtsvindingsmethoden zoals fraus legis en misbruik van recht wordt van dit uitgangspunt afgeweken doordat de belastingrechter de vastgestelde feiten uitsluitend ten behoeve van de belastingheffing of -betaling zodanig aanpast, dat zij alsnog onder de tekst van de wet vallen. Zoals hiervoor in paragraaf 2.5.3 opgemerkt past de belastingrechter de bijzondere rechtsvindingsmethoden alleen toe als de aan de vastgestelde feiten verbonden fiscale gevolgen in strijd zijn met doel en strekking van de wet en belastingverijdeling de doorslaggevende beweegreden is geweest voor het samenstel van rechtshandelingen. De rechter moet derhalve beslissen of hij oordeelt door toepassing van het recht op de vastgestelde feiten of met behulp van de bijzondere rechtsvindingsmethoden aan de hand van de ten behoeve van de toepassing van het belastingrecht aangepaste feiten. Hierdoor zijn verschillende uitkomsten van het belastinggeschil denkbaar en ontstaat ruimte voor een pleitbaar standpunt.1
De rechter in feitelijke instantie neemt als hij is overgegaan tot toepassing van fraus legis of misbruik van recht, zoals hiervoor in paragraaf 2.5.3 opgemerkt, vaak aan dat het standpunt van de belastingplichtige dat het recht gewoonweg moet worden toegepast op de vastgestelde feiten, pleitbaar is.2
De zojuist gegeven verklaring is in de onderbouwing van deze uitspraken echter niet terug te vinden.3
Eerder in dit hoofdstuk is uiteengezet dat voor de beoordeling of een standpunt pleitbaar is subjectieve omstandigheden niet van belang zijn. Dat wil echter niet zeggen dat subjectieve omstandigheden, zodra een aangifte is gebaseerd op een onjuist maar pleitbaar standpunt, in het geheel niet meer van belang zijn. Bij beoordeling van de tweede vraag, de vraag wanneer bij een pleitbaar standpunt opzet ontbreekt, behoren bepaalde subjectieve omstandigheden, zoals het weten en het willen dat de belastingaangifte, -heffing of -betaling onjuist is, naar mijn mening wel degelijk relevant te zijn. In hoofdstuk 3, paragraaf 3.4.3.6.9, wordt hier op teruggekomen.