Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/2.2.8.1
2.2.8.1 Deontologie van de accountants
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS389192:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Na een fusie van het NIVRA en de NOVaA die formeel van kracht werd op 1 januari 2013.
Wet van 13 december 2012, houdende bepalingen over het accountantsberoep, de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants en de Commissie eindtermen accountantsopleiding (Wet op het accountantsberoep).
De regels omtrent de doelstelling en het functioneren van de NBA zelf staan in de Wet op het accountantsberoep.
Zie voor een uitgebreide bespreking hiervan: Eijkelenboom 2015.
De Bruyne 1960, p. 19.
In die tijd kon men zich (wanneer de maatschap niet toereikend werd geacht) slechts (anders) in de destijds geldende rechtsvorm van de NV organiseren, omdat de BV toen nog niet bestond. De rechtsvorm van de besloten vennootschap werd wettelijk ingevoerd op 1 juli 1971, Luijten 1974, p. 22.
Keuzenkamp 1953, p. 227.
Zoals hiervoor al besproken, ga ik er in dit onderzoek van uit dat de (zelfstandig gevestigde) accountant een beroep uitoefent. Alle kenmerken van de door mij in dit hoofdstuk opgestelde definitie zijn immers aanwezig, zo blijkt ook uit de omschrijving die de beroepsorganisatie op haar website van het accountantsberoep geeft. Deze beroepsorganisatie heet tegenwoordig1 de NBA; de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants. Deze bij wet2 ingestelde, publiekrechtelijke organisatie is onder andere belast met het bevorderen van de goede beroepsuitoefening van haar leden: registeraccountants en accountants-administratieconsulenten. Het doel van de NBA is om, zo blijkt ook uit de wet, als vertegenwoordiger van het gehele accountantsberoep, de belangen van de maatschappij en het beroep te dienen. De NBA vormt als het ware de brug tussen de beroepsbeoefenaren en de maatschappij.
De NBA houdt een register bij waarin alle accountants in Nederland staan ingeschreven. Accountants zijn op verschillende plekken werkzaam, bijvoorbeeld in de openbare praktijk, bij de overheid, of als intern accountant. Het is een brede beroepsgroep van ruim 21.000 professionals. De accountant heeft vanwege zijn of haar rol in de maatschappij een wettelijk beschermde titel. Een van de taken van de NBA is om de beide titels die accountants mogen hanteren (RA en AA) te beschermen. Daarnaast bevordert zij, zoals gezegd, een goede beroepsuitoefening. De NBA doet dit onder andere door het opstellen en handhaven van gedrags- en beroepsregels. Door middel van deze regels probeert de NBA voorts de kwaliteit van het accountantsberoep te bewaken.3
De beroeps- en gedragsregels voor accountants zijn te vinden in verschillende wetten en verordeningen die samen zijn ondergebracht in de Handleiding Regelgeving Accountancy (HRA). Een belangrijke verordening hieruit is de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants.
Uit deze Verordening volgen vijf fundamentele beginselen die de leidraad dienen te vormen van de beroepsuitoefening door de accountant. Het betreft integriteit, objectiviteit, deskundigheid en zorgvuldigheid, geheimhouding en professioneel gedrag. De Verordening geeft aan op welke wijze deze beginselen door de accountant gewaarborgd moeten worden.4
Noch in de Verordening, noch in de HRA, staan echter voorschriften of regels met betrekking tot de rechtsvorm waarin accountants zouden moeten samenwerken. In het verleden was dit wel het geval. Toen de NBA in 1947 nog het N.I.v.A (Nederlands Instituut van Accountants) heette, waren er ook regels vastgelegd in een reglement voor de wijze van beroepsuitoefening van de accountant. Het betrof het reglement van arbeid en de ereregelen. De voor dit onderzoek belangrijkste ereregel uit 1947 was dat een accountant zich op drie manieren kon organiseren: als zelfstandig gevestigd accountant, in een maatschap of in dienstbetrekking.5 Wilde de accountant dus samenwerken met andere accountants dan moest hij een maatschap aangaan. De Bruyne meende in 1960 dat de maatschapsvorm goed paste bij het wezen van het accountantsberoep. Deze rechtsvorm schiep volgens hem de voorwaarden voor een goede en in de toenmalige economische verhoudingen verantwoorde uitoefening van het beroep. Volgens De Bruyne kon het karakter van de maatschap het persoonlijke karakter van de dienstverlening ondersteunen. Doordat in de ereregelen van de N.I.v.A. was neergelegd dat de maatschap de enige toegestane samenwerkingsvorm was voor accountants, werd de ontwikkeling dat accountants zich in NV’s6 organiseerden een halt toegeroepen. Volgens De Bruyne ging door deze ontwikkeling de economisch-juridische zelfstandigheid van de accountant verloren. En dat was nu juist niet de bedoeling omdat de accountant zijn beroep in onafhankelijkheid moest kunnen uitoefenen. Zo vond ook Keuzenkamp. Naar zijn mening was het dragen van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid zo inherent aan het beroep, dat hiervan afstand doen moest worden beschouwd als een vernedering voor de beroepsbeoefenaren.7 De ereregel werd dus als een noodzakelijk kwaad gezien. Dit is wellicht ook de verklaring voor het feit dat een regel ten aanzien van een voorgeschreven rechtsvorm niet meer terug te vinden is in de huidige beroepsregels van de NBA.