De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.3.12:4.3.12 Publiekrechtelijke wetgeving
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.3.12
4.3.12 Publiekrechtelijke wetgeving
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS386512:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Anders dan bij de hiervoor besproken bepalingen, heeft de wetgever wel stilgestaan bij een aantal publiekrechtelijke regelingen in verband met de introductie van het stemrechtloze aandeel. Het gaat om art. 91 lid 1 onder a en b Comptabiliteitswet, art. 185 Provinciewet en art. 184 Gemeentewet. Deze artikelen zijn ongewijzigd gelaten. De wetgever merkt daarover op: “De Comptabiliteitswet geeft de Algemene Rekenkamer bevoegdheden bij bv’s waarvan de Staat het gehele of nagenoeg het gehele geplaatste aandelenkapitaal houdt (artikel 91, eerste lid, onder a) dan wel ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, indien daarmee een groter financieel belang is gemoeid dan een door de minister van Financiën vast te stellen bedrag (artikel 91, eerste lid, onder b). Zie verder artikel 34, vijfde lid, van de Comptabiliteitswet 2001, waarin een deelneming door de Staat in een bv waarvan de Staat ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt of door die deelneming zal verkrijgen, voor een termijn van dertig dagen moet worden voorgehangen bij de Staten-Generaal. Hetzelfde geldt voor een in aandelen converteerbare lening (artikel 34, zesde lid, Comptabiliteitswet 2001). Krachtens artikel 185 van de Provinciewet en artikel 184 van de Gemeentewet heeft de Algemene Rekenkamer de bevoegdheid om bij bv’s waarin de provincie of gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, nadere inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen en het rapport van de accountant en bij die bv’s een onderzoek in te stellen. (…) Het wetsvoorstel bv-recht gaat ervan uit dat ook aandelen zonder stemrecht of zonder winstrecht, aandelen zijn. Het gaat om maatschappijen waarin een kapitaalinbreng van een bepaalde omvang is gedaan. De vraag welke rechten aan die aandelen zijn verbonden, is niet bepalend. De rol van de Algemene Rekenkamer en de Staten-Generaal is ingegeven door hun controlerende taak ten aanzien van de financiële betrokkenheid die de Staat, provincie of gemeente in een bv heeft. Er is geen reden om die controle uit te sluiten indien het belang van de overheid in de bv – deels – in stemrecht- of winstrechtloze aandelen zit.”
Deze toelichting is niet geheel duidelijk. Enerzijds wordt gesteld dat de financiële betrokkenheid van een bepaalde omvang reden is de in de genoemde regelingen bevoegdheden te kunnen uitoefenen. In lijn met die gedachte zou ook de financiële betrokkenheid van een bepaalde omvang in alleen stemrechtloze aandelen voldoende zijn. Anderzijds lijkt die conclusie wat voorbarig, gelet op het feit dat de wetgever in de laatste zin – nota bene tussen gedachtestreepjes – het woord ‘deels’ heeft toegevoegd. Ik zou menen dat ook alleen een betrokkenheid in stemrechtloze aandelen voldoende is om de in de genoemde regelingen bevoegdheden te kunnen uitoefenen. Het gaat immers om gemeenschapsgelden. De kapitaalsinbreng staat voorop.