Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/XIb:XIb Schriftelijke examenopgaven MO-Staatsinrichting 1935-1975
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/XIb
XIb Schriftelijke examenopgaven MO-Staatsinrichting 1935-1975
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977864:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
1935: etenschappelijk opstel:
Algemeen onderwerp te behandelen door elke kandidaat: Beschrijf de opvattingen omtrent de opbouw van het Koninkrijk der Nederlanden (artikel 1 Gw)
Een onderwerp ter keuze:
Beschrijf de grondtrekken van het waterstaatsrecht
Beschrijf de staatsrechtelijke betekenis van dictatuur en democratie
Beschrijf de organisatie en werkwijze der commissiën uit de Tweede Kamer
Paedagogisch opstel.
Behandel voor de leerlingen van de hogere klassen der hogere burgerschool één der onderwerpen:
Waardering van de betekenis van de volksvertegenwoordiging mede in de te-genwoordige tijd,
Het toetsingsrecht van den rechter ten aanzien van de verordenende bevoegdheid van provincie en gemeente.
1938: Wetenschappelijk opstel (één titel):
Beschrijf den aard van het Nederlandsche parlementaire stelsel in de perioden: 1848-1870, 1870-1918, 1918-heden,
Beschrijf de ontwikkeling van de verhouding tusschen Wet en AMvB,
Beschrijf de methoden van wetsinterpretatie (Geef bij elk enkele voorbeelden).
Vragen: 1. Geschiedt iedere troonopvolging volgens onze Grondwet krachtens erfopvolging? Zoo neen, in welke gevallen is er dan troonopvolging zonder erfopvolging en hoe is deze geregeld?, 2. Kan de Koning bij Algemeenen Maatregel van Bestuur een ambtenaar machtigen tot het geven van voorschriften van algemeen verbindend karakter?, 3. Wat is een Raad van Arbeid en een Bedrijfsraad?, 4. Hoe is de competentieregeling van het ‘gemeentelijk zelfbestuur’?, 5. Wat verstaat gij in de Nederlandsch-Indische staatsinrichting onder het instituut: ‘College van Gedelegeerden’? Beschrijf samenstelling, werkwijze en bevoegdheid.
1944/45: Wetenschappelijk opstel:
Ministeriële verantwoordelijkheid en parlementair stelsel,
Het Souvereiniteitsbegrip,
Het opperbestuur der buitenlandse betrekkingen.
Vragen: 1. Hoe luidt artikel 1 Grondwet voor en na de herziening van 1922 en welke principiële betekenis kan aan die wijziging worden gehecht? 2. Waar en hoe vindt men de ‘grondrechten’ in de Grondwet vermeld? 3. Noem de organen belast met administratieve rechtspraak en tracht er een classificatie van te geven, 4. Door wie en onder welke voorwaarden kan dispensatie van wettelijke bepalingen worden verleend? Is dit wetgeving of uitvoering? Geef een korte motivering.
1945: Wetenschappelijk opstel:
De betekenis van G.K. van Hogendorp voor de ontwikkeling van ons staatsrecht,
De betekenis van J.R. Thorbecke voor de ontwikkeling van ons staatsrecht,
De staatsrechtelijke structuur van Suriname en Curaçao.
Vragen: 1. Welke regeringsvormen kent gij? 2. Welke staatsvormen? 3. Wat weet gij van Mr. J. Heemskerk A. zn.? 4. Welke lichamen met verordenende bevoegdheid kent gij? 5a. Wat verstaat gij onder actief, wat onder passief kiesrecht? 5b. Wat verstaat gij onder: census-, capaciteiten- en algemeen kiesrecht?
1950: Wetenschappelijk opstel:
De afwijkende rechtsregelingen, bedoeld in de art. 193, 194, 195 en 196 der Grondwet,
De werkzaamheden van GS, op de grondslag van Grondwet en Provinciale Wet;
Delegatie van wetgevende bevoegdheid.
Vragen: 1. Welke Raden van Beroep kent gij? Wat is hun bevoegdheid? 2. Welke redenen hebben ertoe geleid, de benaming Nederlandse Antillen in te voeren?, 3. Hoe kan een gemeentegrens worden gewijzigd? 4. Wat verstaat men onder cassatierechtspraak? 5. Wat weet gij van A.F. de Savornin Lohman?
1956: Wetenschappelijk opstel:
De hoofdlijnen van het Statuut voor het Koninkrijk,
Het toezicht op de waterschappen,
De Raad van State.
Vragen: 1. Wat weet gij van de staatsman mr. J. Kappeyne van de Coppello?, 2. Welke mogelijkheden van samenwerking opent de Wet gemeenschappelijke regelingen? 3. Wat weet gij van het Conflictenbesluit? 4. Wat verstaat men onder ‘conventions’? 5. Wat verstaat men onder politiedwang?
1960: Opstel:
De rechtspraak in ons staatsbestel,
De wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag,
De verordeningen in het waterschapsrecht.
Vragen: 1. Hoe komt een Rijkswet tot stand? 2. Noem enige gevallen, waarin door de Tweede Kamer een Ontwerp-begrotingswet is verworpen, 3. Wat zijn incomptabiliteiten (incompatibiliteiten?. W) en waar zijn ze in hoofdzaak geregeld? 4. Wat is vrijheid van onderwijs? 5. Noem de voornaamste regelingen in het arbeidsrecht.
1965: Opstel:
De verhouding van Kerk en Staat naar Nederlands recht,
De plaats van de Grondwet in de Nederlandse rechtsorde,
Vergelijking tussen provincie, gemeente en waterschap:
wat betreft taken en
de regeling van het toezicht op de uitoefening van die taken.
Vragen: 1. Welke administratieve rechters kent gij? 2. Wat weet ge van dr. H. Colijn? 3. Wat is politiedwang en wat weet ge van daaromtrent bestaande wettelijke regelingen? 4. Welke ontbindingen van de Tweede Kamer kent Gij? 5. Wat weet ge over de Veiligheidsraad der Verenigde Naties mede te delen?
1970: Opstel:
Kabinetsformatie. Hoe gaat zij in haar werk? Behandel tevens enige Kabinetsformaties,
Openbaarheid bij wetgeving, bestuur, advies en rechtspraak,
De bescherming van de geestelijke vrijheid in Nederland.
Vragen: 1. Welke gevallen van versterkte meerderheid van stemmen kennen Statuut en Grondwet? 2. Wat weet u van mr. P.J. Oud? 3. Uit welke bronnen komen de inkomsten der gemeenten? 4. Hoe heeft de Hoge Raad zijn beslissing in het Meerenbergarrest (13-1-1879) gemotiveerd? 5. A. Wat is administratieve rechtspraak? Wat is administratief beroep? B. Geef van beide enkele voorbeelden.
1975: Opstel:
De leer van de scheiding der machten. In ieder geval uiteen te zetten: de herkomst, betekenis en doel ervan, de neerslag in onze Grondwet, het Nederlandse parlementaire stelsel in vergelijking met het stelsel van het Engelse Cabinet Government,
De recente ontwikkeling in het ambtenarenrecht. Daarbij aandacht te schenken aan – het rechtskarakter van de ambtenarenverhouding, - het rechtskarakter van het georganiseerd overleg, - het stakingsrecht, - de rechtsbescherming. Deze punten bij voorkeur te behandelen in vergelijking met de overeenkomstige onderwerpen in het arbeidsrecht,
De vrijheid van godsdienst. Daarbij in ieder geval aandacht schenken aan – de vrijheid tot het belijden van een godsdienst, - de beperkingen, die aan de godsdienstvrijheid kunnen worden gesteld, bij voorkeur met vermelding van jurisprudentie, - internationale bescherming van de godsdienstvrijheid.
Vragen: 1. Zou de rechter de Grondwet kunnen toetsen en zo ja, waaraan? Wat is een belangrijk verschil tussen het Supreme Court in de Verenigde Staten en de Hoge Raad der Nederlanden? 2. Wat is het recht van initiatief toekomende aan de Staten-Generaal? Wat is daarbij de rol van de Tweede Kamer? Noem een verschil in de wijze van behandeling van initiatiefontwerp en regeringsontwerp, 3. Wat is ‘spontane’ vernietiging door de Kroon? 4. Wat is de betekenis geweest van het zogenaamde Meerenbergarrest (HR 13 januari 1879)? 5.Gedeputeerde Staten treden vaak op als orgaan van administratief beroep. Is GS politiek verantwoordelijk voor de beslissing in administratief beroep gegeven en zo ja, aan wie? 6. Onder wiens bevelen staat de Rijkspolitie in een gemeente en hoe is dit gesteld met de gemeentepolitie?