De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.4.23:3.4.23 Dereliktion (derelictie)
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.4.23
3.4.23 Dereliktion (derelictie)
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS374384:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
161. Afstand van eigendom (Dereliktion) wordt gezien als een eenzijdige rechtshandeling.1 §959 BGB lijkt qua formulering sterk op de afstand van eigendom ex art. 5:18 BW: van een eigendomsrecht op een roerende zaak wordt afstand gedaan als de eigenaar het bezit op de zaak opgeeft met de bedoeling de eigendom kwijt te raken. Het beoogde rechtsgevolg van deze beschikking over eigendom is dat de zaak herrenlos wordt.2 Een uitdrukkelijke wilsverklaring is geen wettelijk vereiste. De eigenaar doet afstand van zijn eigendomsrecht door een gedraging, namelijk het prijsgeven van het bezit van de zaak.3 Die prijsgeving valt echter uiteen in twee elementen: een uiting van de wil tot het afstand doen van het eigendomsrecht (de wils‘verklaring’, in de literatuur Willensbetätigung genoemd in plaats van Willenserklärung4) en de Realakt van het opgeven van het bezit. De wilsverklaring is nicht empfangsbedürftig.5 Een parallel kan worden getrokken met de Duitse visie op de eigendomsoverdracht, waarin ook een wilselement betrokken wordt, namelijk de goederenrechtelijke overeenkomst.6
Derelictie van een stuk grond kan op grond van §928 BGB door een daartoe strekkende verklaring aan het Grundbuchamt en inschrijving van de verklaring in het Grundbuch.