De eenzijdige rechtshandeling
Einde inhoudsopgave
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.4.7:3.4.7 Zurückweisung (afwijzen van een rechtshandeling)
De eenzijdige rechtshandeling (O&R nr. 89) 2016/3.4.7
3.4.7 Zurückweisung (afwijzen van een rechtshandeling)
Documentgegevens:
C. Spierings, datum 06-02-2016
- Datum
06-02-2016
- Auteur
C. Spierings
- JCDI
JCDI:ADS375576:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
139. Op meerdere plaatsen geeft het BGB de mogelijkheid aan een geadresseerde van een (eenzijdige) rechtshandeling om de rechtshandeling af te wijzen.1 Deze afwijzing is een empfangsbedürftige eenzijdige rechtshandeling.2 De wilsverklaring van de geadresseerde van de rechtshandeling heeft de ongeldigheid van de afgewezen rechtshandeling tot gevolg.3
In het geval van §174 BGB, dat ziet op afwijzing van eenzijdige rechtshandelingen die worden verricht door een vertegenwoordiger, wordt de rechtshandeling niet geldig door bevestiging achteraf door de vertegenwoordigde. De vertegenwoordiger zal de rechtshandeling opnieuw moeten verrichten.4
De geadresseerde van een eenzijdige rechtshandeling die wordt verricht door een minderjarige heeft op grond van §111 BGB de mogelijkheid tot onverwijlde afwijzing, hoewel de minderjarige toestemming heeft voor het verrichten ervan, als de minderjarige geen schriftelijk bewijs van de toestemming kan geven.
Een derde voorbeeld van Zurückweisung is in §333 BGB toegekend aan een derde die een recht verkrijgt op grond van een derdenbeding.