De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.4.6.2:4.4.6.2 Overgangsrecht algemeen
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/4.4.6.2
4.4.6.2 Overgangsrecht algemeen
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS386514:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 4.3.14 merkte ik reeds op dat de hoofdregel is dat de wet onmiddellijke werking heeft ten aanzien van feiten die na de inwerkingtreding zich hebben voorgedaan. Deze regel volgt uit art. 68a Overgangswet NBW.
In de literatuur1 wordt het voorbeeld genoemd dat voor de inwerkingtreding van de wet een verkoop van bewilligde certificaten plaats vindt. De levering van deze certificaten moet echter nog plaatsvinden. Indien de levering na inwerkingtreding geschiedt, is art. 2:196c BW van toepassing. Daarnaast geldt dat op grond van art. 2:194 BW na levering de houder van die certificaten als vergadergerechtigde in het aandeelhoudersregister moet worden opgenomen. Art. 2:196c BW bepaalt dat art. 2:196a en 2:196b BW van overeenkomstige toepassing zijn met betrekking tot de levering van een certificaat van aandeel waaraan vergaderrecht is verbonden, met dien verstande dat de in art. 2:196b BW bedoelde overlegging of betekening geschiedt van een afschrift van de akte van levering. Het aan de certificaten verbonden vergaderrecht kan aldus eerst worden uitgeoefend nadat de vennootschap de levering heeft erkend of de levering aan haar is betekend. Op grond van de laatste volzin van art. 2:194 lid 1 BW moet ook de datum van erkenning of betekening door de vennootschap in het aandeelhoudersregister worden opgenomen.
Een andere overgangrechtelijke hoofdregel volgt uit art. 69 Overgangswet NBW. Kort gezegd, bepaalt dat artikel dat de wet geen wijziging in bestaande rechten aanbrengt. Bestaande rechten worden geëerbiedigd. Er ontstaan geen nieuwe rechten door de inwerkingtreding van de wet.
In de literatuur2 wordt het voorbeeld genoemd dat sprake is van gecertificeerde aandelen. Er is niet vastgelegd of sprake is van bewilligde of niet-bewilligde certificaten. De vennootschap heeft de certificaten en haar houders telkens behandeld als ware sprake van niet-bewilligde certificaten. Desondanks schrijft de vennootschap de houders van deze certificaten op grond van art. 2:194 BW als vergadergerechtigden in het aandeelhoudersregister in. Op een later moment worden de statuten gewijzigd en wordt aan de certificaten vergaderrecht toegekend. Als gevolg hiervan ontstaat het pandrecht als bedoeld in art. 3:259 BW. In feite is art. 69 Overgangswet NBW op dit voorbeeld niet van toepassing. Het wettelijk pandrecht ontstaat niet door de inwerkingtreding van de wet, maar door het feit dat de vennootschap vergaderrecht aan de certificaten toekent.